1. De directeur Communicatie is bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten met betrekking tot:
a. de organisatie van voorlichtings- en informatiecampagnes en de productie en distributie van voorlichtingsmateriaal;
b. externe advisering in het kader van voorlichtingsprojecten.
2. De directeur Communicatie is, in afwijking van
artikel 15, tweede lid, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009, voorts bevoegd tot het ondertekenen van brieven ter beantwoording van persoonlijke brieven gericht aan de bewindspersoon.
3. De directeur Financieel Economische Zaken is bevoegd tot het aangaan van:
a. overeenkomsten met het Centraal bureau voor de statistiek met een waarde van ten hoogste € 1.000.000,–; en
b. overeenkomsten met betrekking tot meerjarige, structurele beleidsinformatievoorziening die het verzamelen, bewerken en leveren van beleidsinformatie betreffen, voor zover deze informatie primair bedoeld is voor ramingen en verdeelmodellen, dan wel verband houdt met verplichtingen die voortvloeien uit de Regeling Prestatiegegevens en Evaluatieonderzoek Rijksoverheid zoals opgenomen in het Handboek Financiële Informatie en Administratie Rijksoverheid of met verplichtingen die voortvloeien uit internationale verdragen.
4. De directeur Financieel Economische Zaken is voorts bevoegd tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de voorlopige buiteninvorderingstelling van vorderingen op derden, de definitieve buiteninvorderingstelling van vorderingen op derden en de kwijtschelding van vorderingen op derden van ten hoogste € 1.000.000,–.
5. De directeur Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden is bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten met de Landsadvocaat en andere juridische dienstverleners inzake advisering en procureurstelling alsmede het instellen van gerechtelijke procedures, voor zover het niet betreft gerechtelijke procedures van (ex-)medewerkers inzake aangelegenheden verband houdend met de dienstbetrekking en voor zover het niet betreft de invordering van geldvorderingen van de Staat.
6. De directeur Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden is voorts bevoegd tot het nemen van dwangsombesluiten die verband houden met het niet tijdig afdoen van een bezwaarschrift.
7. De directeur Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden is voorts bevoegd tot het ondertekenen van de beslissing op een bezwaarschrift, met uitzondering van de in artikel 8, tweede lid, bedoelde gevallen.
8. De directeur Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden is voorts bevoegd om:
a. te oordelen of, met het oog op het gestelde in artikel 6 van de Wet raadgevend referendum, over een wet een referendum kan worden gehouden;
b. te oordelen of, met het oog op het gestelde in artikel 14 van de Wet raadgevend referendum, over de stilzwijgende goedkeuring van een verdrag een referendum kan worden gehouden;
c. het onder a en b bedoelde oordeel ter kennis te brengen van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Buitenlandse Zaken.
9. De directeur Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden is voorts bevoegd tot het ondertekenen van een beslissing op een verzoek om informatie op grond van de
Wet open overheid.
10. De directeur Bestuursondersteuning is bevoegd om overeenkomsten met betrekking tot incidentele beleidsinformatie, met uitzondering van overeenkomsten met het Centraal bureau voor de statistiek, aan te gaan tot een waarde van € 500.000,– per overeenkomst inclusief BTW.