1. Bij het bepalen van de hoogte van de bestuurlijke boete houdt het bestuur van de emissieautoriteit voor zover mogelijk rekening met:
a. de indicatie van de hoogte van de bestuurlijke boete per soort overtreding in de bij deze beleidsregels behorende bijlage II;
b. de omstandigheid dat de onderneming de overtreding uit eigen beweging heeft beëindigd;
c. de omstandigheid dat de emissieautoriteit reeds eerder een vergelijkbare overtreding door de onderneming heeft vastgesteld;
d. de omvang van de schade voor het systeem van handel in broeikasgasemissie-rechten, of het systeem van handel in NOx-emissierechten, en
e. het eigen voordeel voor de onderneming bij de overtreding.
2. Het eerste lid is niet van toepassing bij overtreding van
artikel 16.37, eerste lid, van de wet.