BWBR0024902
Geldig vanaf 2014-07-12
Artikel 4.9
Subsidieregeling starten, groeien en overdragen van ondernemingen
Artikel 4.9 1 De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien: a. onvoldoende aannemelijk is dat de financier gedurende de investeringsperiode daadwerkelijk zal beschikken over de middelen die de financier aan het investeringsbudget bijdraagt; b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben voor het verkrijgen van participaties en voor het beheer van de financier op een wijze zoals bij participatiefondsen gebruikelijk is; c. een fondsplan niet is gebaseerd op de uitgangspunten dat: 1°. een financier participaties verkrijgt gedurende een investeringsperiode van ten hoogste zes jaar, en deze uiterlijk zes jaar na afloop van de investeringsperiode vervreemdt; 2°. de totale verkrijgingprijs van de participaties die gedurende de investeringsperiode in één technostartersvennootschap worden verkregen, ten minste € 100.000 en ten hoogste € 3.500.000 bedraagt; 3°. de gemiddelde totale verkrijgingprijs van de participaties die een financier gedurende de investeringsperiode per technostartersvennootschap verkrijgt, over alle technostartersvennootschappen genomen ten hoogste € 1.200.000 bedraagt; 4°. de middelen die door een financier over een periode van twaalf maanden aan een technostartersvennootschap worden verstrekt ten hoogste € 2.000.000 bedragen; 5°. de beheerskosten jaarlijks ten hoogste 5 procent bedragen van het investeringsbudget; 6°. de fondsbeheerder voor zijn werkzaamheden een beloning verkrijgt die afhankelijk is van zijn individuele prestatie; 7°. de relatieve omvang van achtergestelde vorderingen zodanig wordt beperkt dat ten hoogste 50 procent van het totaal van de verkrijgingsprijzen van de participaties betrekking heeft op achtergestelde vorderingen; 8°. voor achtergestelde vorderingen een rente wordt bedongen die ten minste gelijk is aan de referentierente; 9°. de participaties verkregen worden in technostartersvennootschappen waarvan de rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven ten minste redelijk zijn; 10°. bij de beslissing van de financier inzake de verkrijging van een participatie rekening wordt gehouden met het ondernemingsplan van de desbetreffende technostartersvennootschap; 11°. de participaties verkregen worden in technostartersvennootschappen waarin niet eerder een participatie is verkregen door een investeringsfonds, niet zijnde een financier, behoudens indien de eerdere participatie is verkregen door een informal investor of door een investeringsfonds dat uitsluitend het verstrekken van risicodragend kapitaal aan technostartersvennootschappen tot doel heeft en dat naar het oordeel van de minister niet in staat is nieuwe participaties in de technostartersvennootschap te verkrijgen; d. het fondsplan onvoldoende is onderbouwd; e. onvoldoende vertrouwen bestaat dat het fondsplan naar behoren wordt uitgevoerd; f. de belangen van de Staat kunnen worden geschaad. 2 Artikel 23, onderdeel c, van het Kaderbesluit EZ-subsidies is niet van toepassing. 2014 19382 11-07-2014 09-07-2014 WJZ/14111731 2014 19382 11-07-2014 09-07-2014 WJZ/14111731 12-07-2014