BWBR0024800
Geldig vanaf 2009-05-01
Artikel 1.2
Wet wegvervoer goederen
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder beroepsvervoer onderscheidenlijk eigen vervoer mede verstaan de ledige ritten en het laden en lossen van zaken in een vrachtauto in verband met dit vervoer.
2. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder rechtspersoon mede verstaan de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid en de maatschap.
3. Een natuurlijk persoon die goederen vervoert met een communautaire vergunning van een derde of met een vergunning als bedoeld in artikel 7.1, eerste lid, van een derde, verricht beroepsvervoer indien hij de vrachtauto waarmee de goederen worden vervoerd in eigendom heeft of de vrachtauto hem anderszins tegen vergoeding ter beschikking is gesteld.
4. Het binnenlands vervoer van goederen ten behoeve van een andere rechtspersoon geschiedt voor de toepassing van deze wet voor eigen rekening indien:
a. die rechtspersoon samen met de vervoerder al dan niet met een of meer andere rechtspersonen ingevolge een beschikking op basis van artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, als een fiscale eenheid wordt aangemerkt, of
b. die rechtspersoon samen met de vervoerder al dan niet met een of meer andere rechtspersonen ingevolge een beschikking op basis van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968, als één onderneming wordt aangemerkt.
2. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder rechtspersoon mede verstaan de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid en de maatschap.
3. Een natuurlijk persoon die goederen vervoert met een communautaire vergunning van een derde of met een vergunning als bedoeld in artikel 7.1, eerste lid, van een derde, verricht beroepsvervoer indien hij de vrachtauto waarmee de goederen worden vervoerd in eigendom heeft of de vrachtauto hem anderszins tegen vergoeding ter beschikking is gesteld.
4. Het binnenlands vervoer van goederen ten behoeve van een andere rechtspersoon geschiedt voor de toepassing van deze wet voor eigen rekening indien:
a. die rechtspersoon samen met de vervoerder al dan niet met een of meer andere rechtspersonen ingevolge een beschikking op basis van artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, als een fiscale eenheid wordt aangemerkt, of
b. die rechtspersoon samen met de vervoerder al dan niet met een of meer andere rechtspersonen ingevolge een beschikking op basis van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968, als één onderneming wordt aangemerkt.