BWBR0024779
Geldig vanaf 2010-10-01
Artikel 2.20
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
1. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a of b, of in artikel 2.1, eerste lid, onder e, met betrekking tot een inrichting kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning in andere gevallen dan bedoeld in artikel 2.10, artikel 2.11, onderscheidenlijk artikel 2.14slechts weigeren in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur</a>, met dien verstande dat voor de toepassing van <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3 van die wet</a>, voor zover het deze wet betreft, onder betrokkene mede wordt verstaan degene die op grond van feiten en omstandigheden redelijkerwijs met de aanvrager van de omgevingsvergunning gelijk kan worden gesteld.
2. Voordat toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur</a>, om een advies als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9 van die wet</a>worden gevraagd.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het tweede lid van overeenkomstige toepassing is op een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, waarvoor bij die maatregel is bepaald dat een omgevingsvergunning kan worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid.
2. Voordat toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur</a>, om een advies als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9 van die wet</a>worden gevraagd.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het tweede lid van overeenkomstige toepassing is op een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, waarvoor bij die maatregel is bepaald dat een omgevingsvergunning kan worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid.