1. De subsidie als bedoeld in de artikelen 3, 4 en 5 wordt slechts verleend indien:
a. De besmetting in de periode vanaf l januari 2008 tot en met 31 december 2008 is vastgesteld overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de Verordening;
b. De besmette vermeerderingsdieren worden geruimd dan wel de besmette broedeieren moeten worden verwerkt of vernietigd op grond van artikel 6, derde lid, sub a. en sub b., respectievelijk artikel 9, van de Verordening;
c. De besmette leghennen of opfokleghennen worden geruimd op grond van artikel 8, tweede lid, van de Verordening;
d. Degene die toezicht houdt op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Verordening blijkens schriftelijke rapportage het aantal geruimde dieren en verwerkte of vernietigde broedeieren heeft vastgesteld en op de daadwerkelijke ruiming van de vermeerderingsdieren, leghennen of opfokleghennen dan wel de verwerking of de vernietiging van de broedeieren heeft toegezien;
e. De ondernemer ten gunste van het productschap afstand doet van de slachtopbrengst van de vermeerderingsdieren, leghennen of opfokleghennen of de opbrengst van de broedeieren;
f. De voorzitter de ondernemer schriftelijk heeft medegedeeld dat de vermeerderingsdieren, leghennen of opfokleghennen of de broedeieren besmet zijn met Salmonella;
g. De aanvraag voor subsidie door het productschap is ontvangen binnen een maand nadat de voorzitter de onder f. bedoelde mededeling heeft gedaan dan wel binnen twee maanden na inwerkingtreding van de Verordening subsidieverlening terugdringing Salmonella (PPE) 2008;
h. De leeftijd van de besmette leghennen niet hoger is dan 28 weken;
i. De besmette leghennen zijn gevaccineerd tegen Salmonella enteritidis.
2. Voor de vaststelling van de leeftijd van het dier geldt als peildatum de datum van de vaststelling van de besmetting nadat het verificatieonderzoek bedoeld in
artikel 4, vijfde lid sub a. en sub b., van de Verordening, is uitgevoerd.
3. De subsidie wordt op volgorde van aanvraag verleend totdat het subsidieplafond als bedoeld in artikel 8, eerste lid, is bereikt.
4. Voor ondernemers die gebruik maken van de Landbouwregeling worden de bedragen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, artikel 4, tweede lid, en artikel 5, tweede lid, verminderd met 5,1 procent. Voor ondernemers die geen gebruik maken van de Landbouwregeling worden de bedragen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, artikel 4, tweede lid, en artikel 5, tweede lid, onverkort toegekend.