BWBR0024256
Geldig vanaf 2019-11-02
Artikel 4.2.4
Regeling aquacultuur
1. Het is verboden om aquacultuurdieren die behoren tot soorten en zich bevinden in levensstadia die voorkomen op de lijst die is vastgesteld op grond van artikel 17, tweede lid, van richtlijn nr. 2006/88/EG, in de handel te brengen voor de kweek of voor uitzetting in het wild in een lidstaat, respectievelijk een gebied of een compartiment:
a. die op grond van artikel 49 van richtlijn nr. 2006/88/EG, respectievelijk dat op grond van artikel 3.1.1, vrij is verklaard van de betreffende ziekte of ziekten, of
b. waar een bewakings- of uitroeiingsprogramma als bedoeld in artikel 44 van richtlijn nr. 2006/88/EG geldt voor de betreffende ziekte of ziekten.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien:
a. de aquacultuurdieren afkomstig zijn uit een lidstaat die, of een gebied of compartiment dat, op grond van artikel 49, of artikel 50, van richtlijn nr. 2006/88/EG, respectievelijk artikel 3.1.1, vrij is verklaard van de betreffende ziekte of ziekten, of
b. de aquacultuurdieren gedurende een passende tijd op zodanige wijze in quarantainevoorzieningen worden gehouden in water dat vrij is van het desbetreffende pathogeen, dat het risico van overdracht van de betreffende ziekte of ziekten tot een aanvaardbaar niveau is teruggebracht.
3. Ten aanzien van de quarantaine, bedoeld in het tweede lid, wordt voldaan aan de op grond van artikel 61, derde lid, van richtlijn nr. 2006/88/EG vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregelen.
a. die op grond van artikel 49 van richtlijn nr. 2006/88/EG, respectievelijk dat op grond van artikel 3.1.1, vrij is verklaard van de betreffende ziekte of ziekten, of
b. waar een bewakings- of uitroeiingsprogramma als bedoeld in artikel 44 van richtlijn nr. 2006/88/EG geldt voor de betreffende ziekte of ziekten.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien:
a. de aquacultuurdieren afkomstig zijn uit een lidstaat die, of een gebied of compartiment dat, op grond van artikel 49, of artikel 50, van richtlijn nr. 2006/88/EG, respectievelijk artikel 3.1.1, vrij is verklaard van de betreffende ziekte of ziekten, of
b. de aquacultuurdieren gedurende een passende tijd op zodanige wijze in quarantainevoorzieningen worden gehouden in water dat vrij is van het desbetreffende pathogeen, dat het risico van overdracht van de betreffende ziekte of ziekten tot een aanvaardbaar niveau is teruggebracht.
3. Ten aanzien van de quarantaine, bedoeld in het tweede lid, wordt voldaan aan de op grond van artikel 61, derde lid, van richtlijn nr. 2006/88/EG vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregelen.