BWBR0024256
Geldig vanaf 2019-11-02
Artikel 2.1.5
Regeling aquacultuur
Een vergunninghoudend aquacultuurproductiebedrijf:
a. past goede hygiënische methoden toe om de insleep en de verspreiding van ziekten te voorkomen;
b. past in alle tot het bedrijf behorende kwekerijen en kweekgebieden voor weekdieren een programma voor de bewaking van de diergezondheid als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van richtlijn nr. 2006/88/EG, toe;
c. houdt een register bij met daarin de volgende gegevens: 1°. alle verplaatsingen van aquacultuurdieren en producten daarvan, naar en van de kwekerij of het kweekgebied van weekdieren, op zodanige wijze dat het traceren van de plaatsen van oorsprong en bestemming kan worden gewaarborgd;
2°. de mortaliteit in iedere epizoötiologische eenheid, al naar gelang het productietype;
3°. de resultaten van het op het bedrijf toegepaste programma voor de bewaking van de diergezondheid, en
1°. alle verplaatsingen van aquacultuurdieren en producten daarvan, naar en van de kwekerij of het kweekgebied van weekdieren, op zodanige wijze dat het traceren van de plaatsen van oorsprong en bestemming kan worden gewaarborgd;
2°. de mortaliteit in iedere epizoötiologische eenheid, al naar gelang het productietype;
3°. de resultaten van het op het bedrijf toegepaste programma voor de bewaking van de diergezondheid, en
d. hanteert een systeem waaruit blijkt dat aan de vereisten genoemd in de onderdelen a tot en met c is voldaan.
a. past goede hygiënische methoden toe om de insleep en de verspreiding van ziekten te voorkomen;
b. past in alle tot het bedrijf behorende kwekerijen en kweekgebieden voor weekdieren een programma voor de bewaking van de diergezondheid als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van richtlijn nr. 2006/88/EG, toe;
c. houdt een register bij met daarin de volgende gegevens: 1°. alle verplaatsingen van aquacultuurdieren en producten daarvan, naar en van de kwekerij of het kweekgebied van weekdieren, op zodanige wijze dat het traceren van de plaatsen van oorsprong en bestemming kan worden gewaarborgd;
2°. de mortaliteit in iedere epizoötiologische eenheid, al naar gelang het productietype;
3°. de resultaten van het op het bedrijf toegepaste programma voor de bewaking van de diergezondheid, en
1°. alle verplaatsingen van aquacultuurdieren en producten daarvan, naar en van de kwekerij of het kweekgebied van weekdieren, op zodanige wijze dat het traceren van de plaatsen van oorsprong en bestemming kan worden gewaarborgd;
2°. de mortaliteit in iedere epizoötiologische eenheid, al naar gelang het productietype;
3°. de resultaten van het op het bedrijf toegepaste programma voor de bewaking van de diergezondheid, en
d. hanteert een systeem waaruit blijkt dat aan de vereisten genoemd in de onderdelen a tot en met c is voldaan.