1. Een aanvraag tot erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in
artikel 5 van de wet wordt ingediend bij de Minister.
2. De aanvrager verstrekt bij de aanvraag de documenten, bedoeld in
artikel 13, eerste lid, van de wet.
3. Indien het voor de vaststelling van wezenlijke verschillen als bedoeld in
artikel 11, tweede lid, van de wet noodzakelijk is, verstrekt de aanvrager op verzoek van de Minister tevens informatie over zijn opleiding, waarbij in ieder geval gegevens omtrent de totale cursusduur, de bestudeerde vakken, een globale leerstof omschrijving en de daarbij behorende studietijd is opgenomen.