1. Aan bij ministeriële regeling aan te wijzen categorieën van leerlingen in het voortgezet onderwijs als bedoeld in de
Wet op het voortgezet onderwijsof aan hun wettelijk vertegenwoordiger verstrekt de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap die het aangaat, volgens bij die regeling te geven regels, een bij die regeling te bepalen tegemoetkoming ten behoeve van aanschaf of huur van lesmateriaal als bedoeld in artikel I, onderdeel A, bestemd voor gebruik in het schooljaar 2008–2009. De in de eerste volzin bedoelde tegemoetkoming kan worden verstrekt door de Informatie Beheer Groep, bedoeld in de
Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank, of de Sociale verzekeringsbank, bedoeld in
artikel 1, onderdeel f, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
2. De leerling op wie de tegemoetkoming betrekking heeft, dient op de teldatum 1 oktober 2008 als werkelijk schoolgaand te zijn ingeschreven aan een school voor voortgezet onderwijs die wordt bekostigd op grond van de
Wet op het voortgezet onderwijsof aan een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in de
Wet educatie en beroepsonderwijsvoor zover het het daarin verzorgde voorbereidend beroepsonderwijs betreft.
3. Indien twee natuurlijke personen voldoen aan het begrip wettelijk vertegenwoordiger, wordt daaronder verstaan:
a. wettelijk vertegenwoordiger die over het derde kwartaal van 2008 ten behoeve van de leerling kinderbijslag als bedoeld in de Algemene Kinderbijslagwet heeft ontvangen,
b. indien onderdeel a niet van toepassing is: wettelijk vertegenwoordiger bij wie de leerling op 1 augustus blijkens de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens woont, of
c. indien de onderdelen a en b niet van toepassing zijn: wettelijk vertegenwoordiger die de wettelijke vertegenwoordigers gezamenlijk daartoe hebben aangewezen.
4. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, blijft buiten beschouwing bij de verlening van andere op het inkomen of vermogen afgestemde publiekrechtelijke uitkeringen en verstrekkingen.
5. Dit lid is nog niet in werking getreden.
6. De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, is niet vatbaar voor vervreemding, verpanding, belening en beslag, waaronder begrepen beslag ingevolge faillissement of toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen.
7. Elk beding, strijdig met het voorgaande lid, is nietig.