BWBR0023789
Artikel 9
Beleidsregel maatregelen UWV
1 De maatregel gaat in op de begindatum van de periode waarop de eerstvolgende betaling
van de uitkering betrekking heeft, doch niet eerder dan op de datum met ingang waarvan
de verplichting niet is nageleefd.
2 In afwijking van het eerste lid gaat de maatregel in op de datum met ingang waarvan
de verplichting niet is nageleefd indien:
a. het niet naleven van de verplichting niet eerder is onderkend als gevolg van het niet
naleven door de betrokkene van de verplichting tot het verstrekken van inlichtingen;
b. het niet naleven een termijngebonden verplichting betreft, en de termijnoverschrijding
(mede) betrekking heeft op een periode waarover wel recht op uitkering bestaat, maar
dit recht niet geldend wordt gemaakt wegens verjaring;
c. het niet naleven de verplichting betreft om mee te werken aan het opstellen van het
participatieplan, bedoeld in artikel 2:8, tweede lid, onderdeel b, van de Wet Wajong.
3 Indien de duur van de maatregel langer is dan de periode tussen de datum waarop de
maatregel op grond van het eerste lid zou ingaan en de datum waarop het recht op uitkering
zal eindigen wegens het verstrijken van de daarvoor geldende maximumtermijn, gaat
de maatregel, in afwijking van het eerste lid, in op een zodanige datum dat de maatregel
tegelijk met het uitkeringsrecht zal eindigen, doch niet eerder dan op de datum met
ingang waarvan de verplichting niet is nageleefd.
van de uitkering betrekking heeft, doch niet eerder dan op de datum met ingang waarvan
de verplichting niet is nageleefd.
2 In afwijking van het eerste lid gaat de maatregel in op de datum met ingang waarvan
de verplichting niet is nageleefd indien:
a. het niet naleven van de verplichting niet eerder is onderkend als gevolg van het niet
naleven door de betrokkene van de verplichting tot het verstrekken van inlichtingen;
b. het niet naleven een termijngebonden verplichting betreft, en de termijnoverschrijding
(mede) betrekking heeft op een periode waarover wel recht op uitkering bestaat, maar
dit recht niet geldend wordt gemaakt wegens verjaring;
c. het niet naleven de verplichting betreft om mee te werken aan het opstellen van het
participatieplan, bedoeld in artikel 2:8, tweede lid, onderdeel b, van de Wet Wajong.
3 Indien de duur van de maatregel langer is dan de periode tussen de datum waarop de
maatregel op grond van het eerste lid zou ingaan en de datum waarop het recht op uitkering
zal eindigen wegens het verstrijken van de daarvoor geldende maximumtermijn, gaat
de maatregel, in afwijking van het eerste lid, in op een zodanige datum dat de maatregel
tegelijk met het uitkeringsrecht zal eindigen, doch niet eerder dan op de datum met
ingang waarvan de verplichting niet is nageleefd.
- Citeren als
- Art. 9
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0023789
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl