In afwijking van
artikel 3.105c, eerste lid, en
artikel 3.105f, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000blijft het recht dat gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit van toepassing op de intrekking van een op grond van
artikel 29, eerste lid, onder a of b, van de Vreemdelingenwet 2000verleende verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in
artikel 28 van die wet, dan wel op de afwijzing van de aanvraag om de geldigheidsduur van zodanige verblijfsvergunning te verlengen, indien sprake is van de situatie, bedoeld in
artikel 32, eerste lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000en de verblijfsvergunning is verleend op een daartoe vóór 20 oktober 2004 ingediende aanvraag.