1. Van een bijzonder geval in de zin van
artikel 52, derde lid, van de wet in de zin van dit artikellid is sprake indien een programmatitel een gelijkluidende of nagenoeg gelijkluidende naam heeft als een product of dienst die wordt geëxploiteerd in het kader van een toegestane nevenactiviteit zoals bedoeld in
artikel 57a, eerste lid, van de wet.
2. Indien de omroepinstelling naar genoegen van het Commissariaat heeft aangetoond dat sprake is van een bijzonder geval in de zin van het eerste lid worden in de te verlenen ontheffing in ieder geval de volgende voorwaarden gesteld:
a. de activiteit is een toegestane nevenactiviteit; en
b. eventuele derden waarmee de omroepinstelling in het kader van de nevenactiviteit een samenwerkingsverband is aangegaan mogen het betreffende programmaonderdeel niet sponsoren.
3. Het eerste en tweede lid zijn ook van toepassing op een nevenactiviteit die uit niet meer bestaat dan de licentieverlening van een auteurs- of merkrecht op een programmatitel aan een derde indien en voor zover deze separaat als nevenactiviteit bij het Commissariaat is gemeld.
4. De omroepinstelling dient er voor zorg te dragen dat eventuele aanhakende reclame voor de in het eerste lid bedoelde nevenactiviteit wordt voorkomen.