1. Een PPL, CPL of ATPL waarop de bevoegdverklaring RT is afgegeven en dat is verkregen voor 5 maart 2008 wordt tot 5 maart 2011 aangemerkt als een bewijs van bevoegdheid afgegeven in overeenstemming met de bepalingen van het bij dit besluit gewijzigde
Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart.
2. Aan de houder van een in het eerste lid bedoeld bewijs van bevoegdheid wordt ambtshalve een bewijs van bevoegdheid overeenkomstig de bepalingen van het bij dit besluit gewijzigde
Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaartverstrekt waarop de bevoegdverklaring LPE met taalvaardigheidsniveau 4 vermeld is, met dien verstande dat de bevoegdverklaring LPE uiterlijk tot 5 maart 2011 haar geldigheid behoudt. Indien de afgifte van de bevoegdverklaring LPE op aanvraag geschiedt, is
artikel 8, derde lid, van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaartvan overeenkomstige toepassing.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op degene die voor 5 maart 2008 een opleiding heeft aangevangen ter verkrijging van een PPL, CPL of ATPL en voor deze datum de examens voor de afgifte van de bevoegdverklaring RT heeft afgerond.