BWBR0023086
Geldig vanaf 2019-01-01
Artikel 4:6
Besluit politiegegevens
1. Aan de volgende daartoe bepaald aangewezen personen kunnen op grond van <a href="/wet/BWBR0022463/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, tweede lid, van de wet</a>, rechtstreeks politiegegevens, die worden verwerkt op grond van de <a href="/wet/BWBR0022463/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 8</a>, <a href="/wet/BWBR0022463/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">9</a>of <a href="/wet/BWBR0022463/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">10, eerste lid, onderdelen a en c</a>, en <a href="/wet/BWBR0022463/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">13 van de wet</a>worden verstrekt, voor zover zij deze behoeven voor de volgende doeleinden:
a. de ambtenaren van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, ten behoeve van het doel, bedoeld in artikel 4:1, eerste lid, onderdeel a;
b. de ambtenaren van Onze Minister van Buitenlandse Zaken, ten behoeve van het doel, bedoeld in artikel 4:1, eerste lid, onderdeel c;
c. de personen, werkzaam bij de Financiële inlichtingen eenheid, ten behoeve van de taak van het meldpunt, bedoeld in artikel 13 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en artikel 3.2 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES;
d. de ambtenaren die werkzaam zijn bij de nationale politiële contactpunten, bedoeld in artikel 5:3, vierde lid;
e. de ambtenaren, werkzaam bij de Passagiersinformatie-eenheid, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven, ten behoeve van de in dat artikel bedoelde taken;
f. de ambtenaren van Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van het doel, bedoeld in artikel 4:3, eerste lid, onderdeel a, onder 4°, voor functies aangewezen op grond van artikel 35a, eerste lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
g. de functionarissen van de Dienst Justitiële Inrichtingen van het ministerie van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van het doel, bedoeld in artikel 4:3, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4;
h. de door Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren van de Douane, voor zover zij werkzaam zijn in de landelijke meldkamer van de Douane, ten behoeve van het doel, bedoeld in artikel 4:2, derde lid.
2. De op grond van artikel 4:3, vijfde lid, te verstrekken politiegegevens aan de korpschef of Onze Minister van Defensie kunnen op grond van <a href="/wet/BWBR0022463/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, derde lid, van de wet</a>rechtstreeks worden verstrekt.
a. de ambtenaren van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, ten behoeve van het doel, bedoeld in artikel 4:1, eerste lid, onderdeel a;
b. de ambtenaren van Onze Minister van Buitenlandse Zaken, ten behoeve van het doel, bedoeld in artikel 4:1, eerste lid, onderdeel c;
c. de personen, werkzaam bij de Financiële inlichtingen eenheid, ten behoeve van de taak van het meldpunt, bedoeld in artikel 13 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en artikel 3.2 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES;
d. de ambtenaren die werkzaam zijn bij de nationale politiële contactpunten, bedoeld in artikel 5:3, vierde lid;
e. de ambtenaren, werkzaam bij de Passagiersinformatie-eenheid, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven, ten behoeve van de in dat artikel bedoelde taken;
f. de ambtenaren van Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van het doel, bedoeld in artikel 4:3, eerste lid, onderdeel a, onder 4°, voor functies aangewezen op grond van artikel 35a, eerste lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
g. de functionarissen van de Dienst Justitiële Inrichtingen van het ministerie van Justitie en Veiligheid, ten behoeve van het doel, bedoeld in artikel 4:3, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 4;
h. de door Onze Minister van Financiën aangewezen ambtenaren van de Douane, voor zover zij werkzaam zijn in de landelijke meldkamer van de Douane, ten behoeve van het doel, bedoeld in artikel 4:2, derde lid.
2. De op grond van artikel 4:3, vijfde lid, te verstrekken politiegegevens aan de korpschef of Onze Minister van Defensie kunnen op grond van <a href="/wet/BWBR0022463/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, derde lid, van de wet</a>rechtstreeks worden verstrekt.