De zorgautoriteit bepaalt de totale contracteerruimte voor het jaar 2008 via eenzelfde systematiek als ook voor de jaren 2005, 2006 en 2007 is toegepast. De totale contracteerruimte voor 2008 berekent de zorgautoriteit als volgt:
1. Startpunt is de som van de totale gehonoreerde productieafspraken ten laste van de contracteerruimte 2007 exclusief de in 2007 gehonoreerde knelpunten en de niet benutte contracteerruimte over het jaar 2007. De productieafspraken betrekking hebbend op de in de loop van 2007 in gebruik genomen of uitgebreide intramurale capaciteit worden hieraan op jaarbasis toegevoegd.
2. Het bedrag voorvloeiend uit het startpunt bedoeld in onderdeel 1 wordt verhoogd met de volgende bedragen: a. € 110 miljoen, waardoor in samenhang met de op 2 november 2006 meegedeelde incidentele middelen (brief DLZ/SFI-2719353) in 2008 een bedrag van € 248 miljoen beschikbaar is voor verbetering van de kwaliteit van de verpleeghuiszorg. In het jaar 2009 dient de aanwending van middelen onder randvoorwaarden plaats te vinden;
b. € 40 miljoen voor harmonisatie van de tarieven dagbesteding gehandicapten;
c. € 10 miljoen voor kinderen met een ernstig meervoudige handicap die dagbesteding/-behandeling ontvangen in daartoe gespecialiseerde dagverblijven;
d. € 52,7 miljoen, die in 2007 geoormerkt was, voor het bekostigen van productieafspraken in het kader van het plan van aanpak maatschappelijke opvang van de vier grote steden en het Rijk.
a. € 110 miljoen, waardoor in samenhang met de op 2 november 2006 meegedeelde incidentele middelen (brief DLZ/SFI-2719353) in 2008 een bedrag van € 248 miljoen beschikbaar is voor verbetering van de kwaliteit van de verpleeghuiszorg. In het jaar 2009 dient de aanwending van middelen onder randvoorwaarden plaats te vinden;
b. € 40 miljoen voor harmonisatie van de tarieven dagbesteding gehandicapten;
c. € 10 miljoen voor kinderen met een ernstig meervoudige handicap die dagbesteding/-behandeling ontvangen in daartoe gespecialiseerde dagverblijven;
d. € 52,7 miljoen, die in 2007 geoormerkt was, voor het bekostigen van productieafspraken in het kader van het plan van aanpak maatschappelijke opvang van de vier grote steden en het Rijk.
3. 3.1. Het bedrag voorvloeiend uit het startpunt bedoeld in onderdeel 1 wordt verlaagd met de volgende bedragen in verband met een te forse volumegroei in de zorg in het recente verleden ten opzichte van het beschikbare budgettaire kader: a. € 150 miljoen. Hiervoor dient een korting van 1% op de maximale beleidsregelwaarden van alle prestaties (intramuraal en extramuraal) te worden toegepast;
b. € 60 miljoen. Hiervoor dient, in aanvulling op onderdeel 3.1, onder a, een verlaging van de maximale beleidsregelwaarden van de prestaties ondersteunende begeleiding met € 10,– per uur bij de nieuwe prestaties ondersteunende begeleiding op basis van de somatische grondslag plaats te vinden. De verlaging van de maximale beleidsregelwaarde met € 10,– per uur van de prestatie ondersteunende begeleiding op basis van de somatische grondslag zal niet gelden voor cliënten met een indicatie voor de CIZ-indicatie voor palliatieve zorg zonder verblijf;
c. € 115 miljoen. In dit kader treft de zorgautoriteit, in aanvulling op onderdeel 3.1, onder a, de volgende maatregelen: 1. de zorgautoriteit past een korting toe van 3,5% van de maximale beleidsregelwaarden van de prestaties persoonlijke verzorging en ondersteunende begeleiding exclusief ondersteunende begeleiding algemeen op somatische grondslag;
2. de zorgautoriteit legt de verplichting vast van zorgkantoren en zorgaanbieders een besparing te realiseren door bij het inkoopproces 2008 te komen tot door de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vastgestelde prestatienorm van 35% van de bandbreedte van de klassen en daarover volgens nader door de zorgautoriteit te bepalen specificatie of procedure aan de zorgautoriteit te berichten;
3. de zorgautoriteit stelt op basis van de onder 2 bedoelde berichtgeving bij de nacalculatie van de budgetten per zorgaanbieder de gerealiseerde besparing vast;
4. de zorgautoriteit stelt per instelling op basis van de vaststelling als bedoeld onder 3 vast in hoeverre de korting als bedoeld onder 1 wordt bijgesteld. De zorgautoriteit kan bepalen of de bijstelling van de korting kan geschieden aan de hand van door de zorgautoriteit vast te stellen bandbreedtes gerelateerd aan onderscheiden niveau’s van de besparing. De korting kan per instelling na bijstelling ten hoogste 7% en ten laagste 0% bedragen.
1. de zorgautoriteit past een korting toe van 3,5% van de maximale beleidsregelwaarden van de prestaties persoonlijke verzorging en ondersteunende begeleiding exclusief ondersteunende begeleiding algemeen op somatische grondslag;
2. de zorgautoriteit legt de verplichting vast van zorgkantoren en zorgaanbieders een besparing te realiseren door bij het inkoopproces 2008 te komen tot door de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vastgestelde prestatienorm van 35% van de bandbreedte van de klassen en daarover volgens nader door de zorgautoriteit te bepalen specificatie of procedure aan de zorgautoriteit te berichten;
3. de zorgautoriteit stelt op basis van de onder 2 bedoelde berichtgeving bij de nacalculatie van de budgetten per zorgaanbieder de gerealiseerde besparing vast;
4. de zorgautoriteit stelt per instelling op basis van de vaststelling als bedoeld onder 3 vast in hoeverre de korting als bedoeld onder 1 wordt bijgesteld. De zorgautoriteit kan bepalen of de bijstelling van de korting kan geschieden aan de hand van door de zorgautoriteit vast te stellen bandbreedtes gerelateerd aan onderscheiden niveau’s van de besparing. De korting kan per instelling na bijstelling ten hoogste 7% en ten laagste 0% bedragen.
a. € 150 miljoen. Hiervoor dient een korting van 1% op de maximale beleidsregelwaarden van alle prestaties (intramuraal en extramuraal) te worden toegepast;
b. € 60 miljoen. Hiervoor dient, in aanvulling op onderdeel 3.1, onder a, een verlaging van de maximale beleidsregelwaarden van de prestaties ondersteunende begeleiding met € 10,– per uur bij de nieuwe prestaties ondersteunende begeleiding op basis van de somatische grondslag plaats te vinden. De verlaging van de maximale beleidsregelwaarde met € 10,– per uur van de prestatie ondersteunende begeleiding op basis van de somatische grondslag zal niet gelden voor cliënten met een indicatie voor de CIZ-indicatie voor palliatieve zorg zonder verblijf;
c. € 115 miljoen. In dit kader treft de zorgautoriteit, in aanvulling op onderdeel 3.1, onder a, de volgende maatregelen: 1. de zorgautoriteit past een korting toe van 3,5% van de maximale beleidsregelwaarden van de prestaties persoonlijke verzorging en ondersteunende begeleiding exclusief ondersteunende begeleiding algemeen op somatische grondslag;
2. de zorgautoriteit legt de verplichting vast van zorgkantoren en zorgaanbieders een besparing te realiseren door bij het inkoopproces 2008 te komen tot door de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vastgestelde prestatienorm van 35% van de bandbreedte van de klassen en daarover volgens nader door de zorgautoriteit te bepalen specificatie of procedure aan de zorgautoriteit te berichten;
3. de zorgautoriteit stelt op basis van de onder 2 bedoelde berichtgeving bij de nacalculatie van de budgetten per zorgaanbieder de gerealiseerde besparing vast;
4. de zorgautoriteit stelt per instelling op basis van de vaststelling als bedoeld onder 3 vast in hoeverre de korting als bedoeld onder 1 wordt bijgesteld. De zorgautoriteit kan bepalen of de bijstelling van de korting kan geschieden aan de hand van door de zorgautoriteit vast te stellen bandbreedtes gerelateerd aan onderscheiden niveau’s van de besparing. De korting kan per instelling na bijstelling ten hoogste 7% en ten laagste 0% bedragen.
1. de zorgautoriteit past een korting toe van 3,5% van de maximale beleidsregelwaarden van de prestaties persoonlijke verzorging en ondersteunende begeleiding exclusief ondersteunende begeleiding algemeen op somatische grondslag;
2. de zorgautoriteit legt de verplichting vast van zorgkantoren en zorgaanbieders een besparing te realiseren door bij het inkoopproces 2008 te komen tot door de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vastgestelde prestatienorm van 35% van de bandbreedte van de klassen en daarover volgens nader door de zorgautoriteit te bepalen specificatie of procedure aan de zorgautoriteit te berichten;
3. de zorgautoriteit stelt op basis van de onder 2 bedoelde berichtgeving bij de nacalculatie van de budgetten per zorgaanbieder de gerealiseerde besparing vast;
4. de zorgautoriteit stelt per instelling op basis van de vaststelling als bedoeld onder 3 vast in hoeverre de korting als bedoeld onder 1 wordt bijgesteld. De zorgautoriteit kan bepalen of de bijstelling van de korting kan geschieden aan de hand van door de zorgautoriteit vast te stellen bandbreedtes gerelateerd aan onderscheiden niveau’s van de besparing. De korting kan per instelling na bijstelling ten hoogste 7% en ten laagste 0% bedragen.
3.2. Het bedrag voorvloeiend uit het startpunt bedoeld in onderdeel 1 wordt met de volgende bedragen verlaagd vanwege wijzigingen in het Besluit Zorgaanspraken AWBZ. Dit is als volgt opgebouwd: d. € 30 miljoen vanwege het met ingang van 1 januari 2008 niet meer tot de zorgaanspraken AWBZ behoren van de prestatie ondersteunende begeleiding met de grondslag somatisch;
e. € 2550 miljoen op voorlopige basis vanwege het niet meer tot de zorgaanspraken AWBZ behoren van geneeskundige geestelijk gezondheidszorg.
d. € 30 miljoen vanwege het met ingang van 1 januari 2008 niet meer tot de zorgaanspraken AWBZ behoren van de prestatie ondersteunende begeleiding met de grondslag somatisch;
e. € 2550 miljoen op voorlopige basis vanwege het niet meer tot de zorgaanspraken AWBZ behoren van geneeskundige geestelijk gezondheidszorg.
3.3. Het bedrag voortvloeiend uit het startpunt bedoeld in onderdeel 1 wordt vanwege de budgetopschoning in verband met de 2e tranche opleidingsfonds AWBZ en cure op voorlopige basis en voorzover de opleidingskosten in 2007 voor rekening zijn gekomen van de contracteerruimte met een bedrag van € 35 miljoen verlaagd. De zorgautoriteit gaat bij de opschoning uit van de situatie vóór de overheveling van de curatieve geestelijke gezondheidszorg van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten naar de Zorgverzekeringswet per 1 januari 2008.
3.1. Het bedrag voorvloeiend uit het startpunt bedoeld in onderdeel 1 wordt verlaagd met de volgende bedragen in verband met een te forse volumegroei in de zorg in het recente verleden ten opzichte van het beschikbare budgettaire kader: a. € 150 miljoen. Hiervoor dient een korting van 1% op de maximale beleidsregelwaarden van alle prestaties (intramuraal en extramuraal) te worden toegepast;
b. € 60 miljoen. Hiervoor dient, in aanvulling op onderdeel 3.1, onder a, een verlaging van de maximale beleidsregelwaarden van de prestaties ondersteunende begeleiding met € 10,– per uur bij de nieuwe prestaties ondersteunende begeleiding op basis van de somatische grondslag plaats te vinden. De verlaging van de maximale beleidsregelwaarde met € 10,– per uur van de prestatie ondersteunende begeleiding op basis van de somatische grondslag zal niet gelden voor cliënten met een indicatie voor de CIZ-indicatie voor palliatieve zorg zonder verblijf;
c. € 115 miljoen. In dit kader treft de zorgautoriteit, in aanvulling op onderdeel 3.1, onder a, de volgende maatregelen: 1. de zorgautoriteit past een korting toe van 3,5% van de maximale beleidsregelwaarden van de prestaties persoonlijke verzorging en ondersteunende begeleiding exclusief ondersteunende begeleiding algemeen op somatische grondslag;
2. de zorgautoriteit legt de verplichting vast van zorgkantoren en zorgaanbieders een besparing te realiseren door bij het inkoopproces 2008 te komen tot door de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vastgestelde prestatienorm van 35% van de bandbreedte van de klassen en daarover volgens nader door de zorgautoriteit te bepalen specificatie of procedure aan de zorgautoriteit te berichten;
3. de zorgautoriteit stelt op basis van de onder 2 bedoelde berichtgeving bij de nacalculatie van de budgetten per zorgaanbieder de gerealiseerde besparing vast;
4. de zorgautoriteit stelt per instelling op basis van de vaststelling als bedoeld onder 3 vast in hoeverre de korting als bedoeld onder 1 wordt bijgesteld. De zorgautoriteit kan bepalen of de bijstelling van de korting kan geschieden aan de hand van door de zorgautoriteit vast te stellen bandbreedtes gerelateerd aan onderscheiden niveau’s van de besparing. De korting kan per instelling na bijstelling ten hoogste 7% en ten laagste 0% bedragen.
1. de zorgautoriteit past een korting toe van 3,5% van de maximale beleidsregelwaarden van de prestaties persoonlijke verzorging en ondersteunende begeleiding exclusief ondersteunende begeleiding algemeen op somatische grondslag;
2. de zorgautoriteit legt de verplichting vast van zorgkantoren en zorgaanbieders een besparing te realiseren door bij het inkoopproces 2008 te komen tot door de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vastgestelde prestatienorm van 35% van de bandbreedte van de klassen en daarover volgens nader door de zorgautoriteit te bepalen specificatie of procedure aan de zorgautoriteit te berichten;
3. de zorgautoriteit stelt op basis van de onder 2 bedoelde berichtgeving bij de nacalculatie van de budgetten per zorgaanbieder de gerealiseerde besparing vast;
4. de zorgautoriteit stelt per instelling op basis van de vaststelling als bedoeld onder 3 vast in hoeverre de korting als bedoeld onder 1 wordt bijgesteld. De zorgautoriteit kan bepalen of de bijstelling van de korting kan geschieden aan de hand van door de zorgautoriteit vast te stellen bandbreedtes gerelateerd aan onderscheiden niveau’s van de besparing. De korting kan per instelling na bijstelling ten hoogste 7% en ten laagste 0% bedragen.
a. € 150 miljoen. Hiervoor dient een korting van 1% op de maximale beleidsregelwaarden van alle prestaties (intramuraal en extramuraal) te worden toegepast;
b. € 60 miljoen. Hiervoor dient, in aanvulling op onderdeel 3.1, onder a, een verlaging van de maximale beleidsregelwaarden van de prestaties ondersteunende begeleiding met € 10,– per uur bij de nieuwe prestaties ondersteunende begeleiding op basis van de somatische grondslag plaats te vinden. De verlaging van de maximale beleidsregelwaarde met € 10,– per uur van de prestatie ondersteunende begeleiding op basis van de somatische grondslag zal niet gelden voor cliënten met een indicatie voor de CIZ-indicatie voor palliatieve zorg zonder verblijf;
c. € 115 miljoen. In dit kader treft de zorgautoriteit, in aanvulling op onderdeel 3.1, onder a, de volgende maatregelen: 1. de zorgautoriteit past een korting toe van 3,5% van de maximale beleidsregelwaarden van de prestaties persoonlijke verzorging en ondersteunende begeleiding exclusief ondersteunende begeleiding algemeen op somatische grondslag;
2. de zorgautoriteit legt de verplichting vast van zorgkantoren en zorgaanbieders een besparing te realiseren door bij het inkoopproces 2008 te komen tot door de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vastgestelde prestatienorm van 35% van de bandbreedte van de klassen en daarover volgens nader door de zorgautoriteit te bepalen specificatie of procedure aan de zorgautoriteit te berichten;
3. de zorgautoriteit stelt op basis van de onder 2 bedoelde berichtgeving bij de nacalculatie van de budgetten per zorgaanbieder de gerealiseerde besparing vast;
4. de zorgautoriteit stelt per instelling op basis van de vaststelling als bedoeld onder 3 vast in hoeverre de korting als bedoeld onder 1 wordt bijgesteld. De zorgautoriteit kan bepalen of de bijstelling van de korting kan geschieden aan de hand van door de zorgautoriteit vast te stellen bandbreedtes gerelateerd aan onderscheiden niveau’s van de besparing. De korting kan per instelling na bijstelling ten hoogste 7% en ten laagste 0% bedragen.
1. de zorgautoriteit past een korting toe van 3,5% van de maximale beleidsregelwaarden van de prestaties persoonlijke verzorging en ondersteunende begeleiding exclusief ondersteunende begeleiding algemeen op somatische grondslag;
2. de zorgautoriteit legt de verplichting vast van zorgkantoren en zorgaanbieders een besparing te realiseren door bij het inkoopproces 2008 te komen tot door de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vastgestelde prestatienorm van 35% van de bandbreedte van de klassen en daarover volgens nader door de zorgautoriteit te bepalen specificatie of procedure aan de zorgautoriteit te berichten;
3. de zorgautoriteit stelt op basis van de onder 2 bedoelde berichtgeving bij de nacalculatie van de budgetten per zorgaanbieder de gerealiseerde besparing vast;
4. de zorgautoriteit stelt per instelling op basis van de vaststelling als bedoeld onder 3 vast in hoeverre de korting als bedoeld onder 1 wordt bijgesteld. De zorgautoriteit kan bepalen of de bijstelling van de korting kan geschieden aan de hand van door de zorgautoriteit vast te stellen bandbreedtes gerelateerd aan onderscheiden niveau’s van de besparing. De korting kan per instelling na bijstelling ten hoogste 7% en ten laagste 0% bedragen.
3.2. Het bedrag voorvloeiend uit het startpunt bedoeld in onderdeel 1 wordt met de volgende bedragen verlaagd vanwege wijzigingen in het Besluit Zorgaanspraken AWBZ. Dit is als volgt opgebouwd: d. € 30 miljoen vanwege het met ingang van 1 januari 2008 niet meer tot de zorgaanspraken AWBZ behoren van de prestatie ondersteunende begeleiding met de grondslag somatisch;
e. € 2550 miljoen op voorlopige basis vanwege het niet meer tot de zorgaanspraken AWBZ behoren van geneeskundige geestelijk gezondheidszorg.
d. € 30 miljoen vanwege het met ingang van 1 januari 2008 niet meer tot de zorgaanspraken AWBZ behoren van de prestatie ondersteunende begeleiding met de grondslag somatisch;
e. € 2550 miljoen op voorlopige basis vanwege het niet meer tot de zorgaanspraken AWBZ behoren van geneeskundige geestelijk gezondheidszorg.
3.3. Het bedrag voortvloeiend uit het startpunt bedoeld in onderdeel 1 wordt vanwege de budgetopschoning in verband met de 2e tranche opleidingsfonds AWBZ en cure op voorlopige basis en voorzover de opleidingskosten in 2007 voor rekening zijn gekomen van de contracteerruimte met een bedrag van € 35 miljoen verlaagd. De zorgautoriteit gaat bij de opschoning uit van de situatie vóór de overheveling van de curatieve geestelijke gezondheidszorg van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten naar de Zorgverzekeringswet per 1 januari 2008.
4. 4.1 Het bedrag dat de resultante is van de berekeningen, die volgen uit de onderdelen 1, 2 en 3, van dit artikel, wordt verhoogd met de groeimiddelen, die beschikbaar zijn voor het maken van extra productieafspraken. In 2008 gaat het voor de groei van de totale AWBZ uitgaven om een beschikbaar bedrag van maximaal € 539 miljoen.
4.2 Op de maximaal beschikbare groeimiddelen worden in mindering gebracht de uitgaven waarvoor geen andere dekking dan de groeiruimte is, in totaal € 364 miljoen. Dit totaalbedrag is als volgt opgebouwd: a. € 22,8 miljoen in verband met de groei van de kapitaallasten, de beheerskosten en een post overig;
b. € 150 miljoen in verband met de geraamde groei van het persoonsgebonden budget;
c. € 125 miljoen in verband met de geschatte exploitatiegevolgen van in 2008 nieuw in gebruik te nemen uitbreiding van bestaande voorzieningen waarvoor contracteerplicht bestaat;
d. € 19,2 miljoen in verband met de verhoging van de beschikbare middelen voor extreme zorgzwaarte in de gehandicaptenzorg;
e. € 13 miljoen in verband met het beschikbaar stellen van middelen voor innovatie;
f. € 9 miljoen in verband met het verhogen van de middelen voor de ADL-subsidieregeling;
g. € 25 miljoen herverdelingsruimte.
a. € 22,8 miljoen in verband met de groei van de kapitaallasten, de beheerskosten en een post overig;
b. € 150 miljoen in verband met de geraamde groei van het persoonsgebonden budget;
c. € 125 miljoen in verband met de geschatte exploitatiegevolgen van in 2008 nieuw in gebruik te nemen uitbreiding van bestaande voorzieningen waarvoor contracteerplicht bestaat;
d. € 19,2 miljoen in verband met de verhoging van de beschikbare middelen voor extreme zorgzwaarte in de gehandicaptenzorg;
e. € 13 miljoen in verband met het beschikbaar stellen van middelen voor innovatie;
f. € 9 miljoen in verband met het verhogen van de middelen voor de ADL-subsidieregeling;
g. € 25 miljoen herverdelingsruimte.
4.3. Op basis van voorgaande leden van dit onderdeel bedragen de groeimiddelen, die beschikbaar zijn voor het maken van extra productieafspraken in het kader van de contracteerruimte AWBZ, € 175 miljoen, inclusief de afspraken voor maatschappelijke opvang.
4.1 Het bedrag dat de resultante is van de berekeningen, die volgen uit de onderdelen 1, 2 en 3, van dit artikel, wordt verhoogd met de groeimiddelen, die beschikbaar zijn voor het maken van extra productieafspraken. In 2008 gaat het voor de groei van de totale AWBZ uitgaven om een beschikbaar bedrag van maximaal € 539 miljoen.
4.2 Op de maximaal beschikbare groeimiddelen worden in mindering gebracht de uitgaven waarvoor geen andere dekking dan de groeiruimte is, in totaal € 364 miljoen. Dit totaalbedrag is als volgt opgebouwd: a. € 22,8 miljoen in verband met de groei van de kapitaallasten, de beheerskosten en een post overig;
b. € 150 miljoen in verband met de geraamde groei van het persoonsgebonden budget;
c. € 125 miljoen in verband met de geschatte exploitatiegevolgen van in 2008 nieuw in gebruik te nemen uitbreiding van bestaande voorzieningen waarvoor contracteerplicht bestaat;
d. € 19,2 miljoen in verband met de verhoging van de beschikbare middelen voor extreme zorgzwaarte in de gehandicaptenzorg;
e. € 13 miljoen in verband met het beschikbaar stellen van middelen voor innovatie;
f. € 9 miljoen in verband met het verhogen van de middelen voor de ADL-subsidieregeling;
g. € 25 miljoen herverdelingsruimte.
a. € 22,8 miljoen in verband met de groei van de kapitaallasten, de beheerskosten en een post overig;
b. € 150 miljoen in verband met de geraamde groei van het persoonsgebonden budget;
c. € 125 miljoen in verband met de geschatte exploitatiegevolgen van in 2008 nieuw in gebruik te nemen uitbreiding van bestaande voorzieningen waarvoor contracteerplicht bestaat;
d. € 19,2 miljoen in verband met de verhoging van de beschikbare middelen voor extreme zorgzwaarte in de gehandicaptenzorg;
e. € 13 miljoen in verband met het beschikbaar stellen van middelen voor innovatie;
f. € 9 miljoen in verband met het verhogen van de middelen voor de ADL-subsidieregeling;
g. € 25 miljoen herverdelingsruimte.
4.3. Op basis van voorgaande leden van dit onderdeel bedragen de groeimiddelen, die beschikbaar zijn voor het maken van extra productieafspraken in het kader van de contracteerruimte AWBZ, € 175 miljoen, inclusief de afspraken voor maatschappelijke opvang.