1. De samenwerkingsafspraken, bedoeld in
artikel 71c, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra, zoals dat luidde voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel P, die tot een aanspraak tot bekostiging hebben geleid, worden, voor zover zij gelden na het tijdstip van inwerkingtreding van genoemd onderdeel, aangemerkt als een samenwerkingsovereenkomst in de zin van
artikel 71c van de Wet op de expertisecentra.
2. Binnen twee weken na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel P, zendt het bevoegd gezag aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een opgave van het aantal leerlingen op 1 oktober 2007 dat afkomstig is van een residentiële instelling. Voor zover van toepassing zendt het bevoegd gezag eveneens, overeenkomstig de eerste volzin, een opgave van het desbetreffende aantal leerlingen op 16 januari 2008 ten behoeve van een aanvullende bekostiging voor personeelskosten bij aanzienlijke tussentijdse toename van het aantal leerlingen op grond van het
Besluit bekostiging WEC. De in de eerste en tweede volzin bedoelde opgave geschiedt ten behoeve van de bekostiging voor het schooljaar dat het genoemde onderdeel voor het eerst van toepassing is.