1. De Commissie bestaat uit de volgende leden:
a. de heer H.O.C.R. Ruding, te Brussel, tevens voorzitter;
b. de heer W. Derksen, te Den Haag;
c. de heer H.J. Hazewinkel, te Almelo;
d. de heer C. Maas, te Bilthoven;
e. de heer E.H.T.M. Nijpels, te Dijken;
f. de heer H. Priemus, te Leiden; en
g. mevrouw C.M. Wortmann-Kool, te Zeist.
2. De Commissie bestaat verder uit de volgende leden:
a. de thesaurier-generaal van het Ministerie van Financiën, dan wel een door hem aangewezen ambtenaar; en
b. de directeur-generaal Rijkswaterstaat van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, dan wel een door hem aangewezen ambtenaar.
3. De leden, genoemd in het eerste lid, ontvangen per vergadering een vergoeding op grond van
artikel 1 van het Vacatiegeldenbesluit 1988. De Commissie wordt als ‘zwaar’ in de zin van de
Regeling maximumbedragen vacatiegeld 2004aangemerkt.