BWBR0022762
Geldig vanaf 2016-01-01
Artikel 3.57
Activiteitenbesluit milieubeheer
1. Indien assimilatiebelichting met een verlichtingssterkte van ten minste 15.000 lux wordt toegepast, is vanaf het tijdstip van zonsondergang tot het tijdstip van zonsopgang de bovenzijde van de kas op een zodanige wijze afgeschermd dat ten minste 98% van de lichtuitstraling wordt gereduceerd.
2. Het bevoegd gezag kan, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, bij maatwerkvoorschrift een ander percentage dan het percentage, bedoeld in het eerste lid, vaststellen.
3. Het eerste en tweede lid zijn tot 1 januari 2021 niet van toepassing op een kas, kleiner dan 2.500 vierkante meter, waarin assimilatiebelichting wordt toegepast.
4. Op een kas als bedoeld in het derde lid is tot 1 januari 2021 paragraaf 1.5 van de <a href="/wet/BWBR0020112" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">bijlage bij het Besluit landbouw milieubeheer</a>zoals deze luidde tot 1 januari 2013 van toepassing.
5. Het eerste en tweede lid zijn tot 1 januari 2018 niet van toepassing op een inrichting waar kunstmatige belichting van gewassen wordt toegepast, gericht op de beïnvloeding van het groeiproces van de gewassen, waarvan het geïnstalleerde elektrische vermogen op 1 januari 2013 minder bedraagt dan 20 Watt per vierkante meter.
2. Het bevoegd gezag kan, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, bij maatwerkvoorschrift een ander percentage dan het percentage, bedoeld in het eerste lid, vaststellen.
3. Het eerste en tweede lid zijn tot 1 januari 2021 niet van toepassing op een kas, kleiner dan 2.500 vierkante meter, waarin assimilatiebelichting wordt toegepast.
4. Op een kas als bedoeld in het derde lid is tot 1 januari 2021 paragraaf 1.5 van de <a href="/wet/BWBR0020112" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">bijlage bij het Besluit landbouw milieubeheer</a>zoals deze luidde tot 1 januari 2013 van toepassing.
5. Het eerste en tweede lid zijn tot 1 januari 2018 niet van toepassing op een inrichting waar kunstmatige belichting van gewassen wordt toegepast, gericht op de beïnvloeding van het groeiproces van de gewassen, waarvan het geïnstalleerde elektrische vermogen op 1 januari 2013 minder bedraagt dan 20 Watt per vierkante meter.