BWBR0022762
Geldig vanaf 2016-01-01
Artikel 3.26j
Activiteitenbesluit milieubeheer
1. In afwijking van artikel 3.26i, eerste lid, worden de afvalstoffen, genoemd in dat lid, in een jachthaven die gewoonlijk wordt aangedaan door zeegaande pleziervaartuigen ingenomen ongeacht het aantal ligplaatsen in die inrichting.
2. Degene die een jachthaven drijft die gewoonlijk wordt aangedaan door zeegaande pleziervaartuigen, maakt bij de inning van het havengeld kenbaar welk aandeel daarvan bestemd is voor het instandhouden van de voorzieningen voor het in ontvangst nemen en verder beheren van afvalstoffen.
3. Degene die een jachthaven drijft die gewoonlijk wordt aangedaan door zeegaande pleziervaartuigen, stelt, na overleg met betrokken partijen, eens in de vijf jaar een havenafvalplan op voor de ontvangst en verwerking van afvalstoffen. Binnen veertien dagen na vaststelling van het havenafvalplan wordt het ter goedkeuring voorgelegd aan het bevoegd gezag.
4. Bij aanzienlijke veranderingen in de exploitatie van de jachthaven, stelt degene die de jachthaven drijft zo spoedig mogelijk een geactualiseerd havenafvalplan vast. Binnen veertien dagen na vaststelling van dit plan wordt het ter goedkeuring voorgelegd aan het bevoegd gezag.
5. Als geen aanzienlijke veranderingen zich voordoen, kan degene die de jachthaven drijft na evaluatie van het havenafvalplan besluiten om het bevoegd gezag te verzoeken de geldigheidsduur van het havenafvalplan te verlengen met een opeenvolgende periode van niet meer dan vijf jaar.
6. Degene die een jachthaven drijft kan het bevoegd gezag vragen ontheffing te verlenen van de verplichting om een havenafvalplan op te stellen, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a. de jachthaven wordt uitsluitend aangedaan door pleziervaartuigen en wordt gekenmerkt door schaars of weinig verkeer;
b. de havenontvangstvoorzieningen zijn geïntegreerd in het afvalverwerkingssysteem dat ter uitvoering van titel 10.4 van de wet wordt beheerd; en
c. de informatie over het afvalbeheersysteem wordt beschikbaar gesteld aan de gebruikers van de haven.
7. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat wordt geïnformeerd als een ontheffing op grond van het zesde lid wordt verleend.
2. Degene die een jachthaven drijft die gewoonlijk wordt aangedaan door zeegaande pleziervaartuigen, maakt bij de inning van het havengeld kenbaar welk aandeel daarvan bestemd is voor het instandhouden van de voorzieningen voor het in ontvangst nemen en verder beheren van afvalstoffen.
3. Degene die een jachthaven drijft die gewoonlijk wordt aangedaan door zeegaande pleziervaartuigen, stelt, na overleg met betrokken partijen, eens in de vijf jaar een havenafvalplan op voor de ontvangst en verwerking van afvalstoffen. Binnen veertien dagen na vaststelling van het havenafvalplan wordt het ter goedkeuring voorgelegd aan het bevoegd gezag.
4. Bij aanzienlijke veranderingen in de exploitatie van de jachthaven, stelt degene die de jachthaven drijft zo spoedig mogelijk een geactualiseerd havenafvalplan vast. Binnen veertien dagen na vaststelling van dit plan wordt het ter goedkeuring voorgelegd aan het bevoegd gezag.
5. Als geen aanzienlijke veranderingen zich voordoen, kan degene die de jachthaven drijft na evaluatie van het havenafvalplan besluiten om het bevoegd gezag te verzoeken de geldigheidsduur van het havenafvalplan te verlengen met een opeenvolgende periode van niet meer dan vijf jaar.
6. Degene die een jachthaven drijft kan het bevoegd gezag vragen ontheffing te verlenen van de verplichting om een havenafvalplan op te stellen, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
a. de jachthaven wordt uitsluitend aangedaan door pleziervaartuigen en wordt gekenmerkt door schaars of weinig verkeer;
b. de havenontvangstvoorzieningen zijn geïntegreerd in het afvalverwerkingssysteem dat ter uitvoering van titel 10.4 van de wet wordt beheerd; en
c. de informatie over het afvalbeheersysteem wordt beschikbaar gesteld aan de gebruikers van de haven.
7. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat wordt geïnformeerd als een ontheffing op grond van het zesde lid wordt verleend.