BWBR0022762
Geldig vanaf 2016-01-01
Artikel 3.10j
Activiteitenbesluit milieubeheer
1. De concentratie aan stikstofoxiden (NO x), zwaveldioxide (SO 2), totaal stof en onverbrande koolwaterstoffen (C xH y, uitgedrukt in C) in het rookgas dat wordt uitgeworpen door een stookinstallatie waarvoor in deze paragraaf emissiegrenswaarden zijn gesteld, wordt door de drijver van de inrichting bepaald door een meting.
2. In afwijking van het eerste lid behoeft geen meting te worden verricht van zwaveldioxide (SO 2), indien het in acht nemen van de emissiegrenswaarden geschiedt door het stoken van brandstof met een bekend zwavelgehalte en de stookinstallatie niet is uitgerust met apparatuur voor het reduceren van de emissie van zwaveldioxide.
3. De meting, bedoeld in het eerste lid, waaronder tevens begrepen wordt de berekening, registratie en rapportage van de meting, voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen.
2. In afwijking van het eerste lid behoeft geen meting te worden verricht van zwaveldioxide (SO 2), indien het in acht nemen van de emissiegrenswaarden geschiedt door het stoken van brandstof met een bekend zwavelgehalte en de stookinstallatie niet is uitgerust met apparatuur voor het reduceren van de emissie van zwaveldioxide.
3. De meting, bedoeld in het eerste lid, waaronder tevens begrepen wordt de berekening, registratie en rapportage van de meting, voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen.