BWBR0022762
Geldig vanaf 2016-01-01
Artikel 3.100
Activiteitenbesluit milieubeheer
1. Bij het lozen van afvalwater als gevolg van het spoelen van fusten en verpakkingsmateriaal waarin gewassen zijn opgeslagen voor agrarische activiteiten, wordt ten minste voldaan aan het tweede tot en met vijfde lid.
2. Bij het lozen van afvalwater in een vuilwaterriool is het gehalte aan onopgeloste stoffen ten hoogste 300 milligram per liter.
3. Het lozen van afvalwater op onverharde bodem is toegestaan, indien het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool waarop geloosd kan worden en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden aangesloten en geloosd meer dan 40 meter bedraagt.
4. De afstand, genoemd in het derde lid, wordt berekend:
a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt, en
b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.
5. Het te lozen afvalwater kan op een doelmatige wijze worden bemonsterd.
2. Bij het lozen van afvalwater in een vuilwaterriool is het gehalte aan onopgeloste stoffen ten hoogste 300 milligram per liter.
3. Het lozen van afvalwater op onverharde bodem is toegestaan, indien het perceel waar het afvalwater vrijkomt niet is aangesloten op een vuilwaterriool waarop geloosd kan worden en de afstand tot het dichtstbijzijnde vuilwaterriool of zuiveringtechnisch werk waarop kan worden aangesloten en geloosd meer dan 40 meter bedraagt.
4. De afstand, genoemd in het derde lid, wordt berekend:
a. vanaf de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt, en
b. langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd.
5. Het te lozen afvalwater kan op een doelmatige wijze worden bemonsterd.