1. Op de subsidies die op grond van het
Bekostigingsbesluit cultuuruitingenzijn verleend voor de inwerkingtreding van dit besluit blijven de regels van toepassing die golden onmiddellijk voor de inwerkingtreding van dit besluit.
2. In afwijking van
artikel 37 van het Bekostigingsbesluit cultuuruitingenzoals
dat artikelluidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit, stelt Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de subsidie vast binnen tien maanden na ontvangst van de in
dat artikelbedoelde gegevens.