1. Na het verlopen van de termijn, bedoeld in
artikel 24, derde en vierde lid, van de wet, volgt een rappel waarin wordt aangegeven dat indien de mededeling niet wordt gedaan binnen de gestelde termijn, aannemelijk wordt bevonden dat het aantal bestede S&O-uren 0 is en, ingeval aan de S&O-inhoudingsplichtige een S&O-verklaring is afgegeven die ook een bedrag aan kosten en uitgaven bevat, tevens aannemelijk wordt bevonden dat het bedrag aan kosten en uitgaven 0 is.
2. De hoogte van de op grond van
artikel 26, tweede lid, van de wetop te leggen bestuurlijke boete bedraagt voor de volgende categorieën:
a. geen mededeling: € 300;
b. niet tijdige mededeling, waarbij de realisatie van het bedrag aan S&O-afdrachtvermindering lager is dan het bedrag dat op de S&O-verklaring is vermeld als bedrag aan S&O-afdrachtvermindering: € 200;
c. niet tijdige mededeling, waarbij de realisatie van het bedrag aan S&O-afdrachtvermindering tenminste gelijk is aan het bedrag dat op de S&O-verklaring is vermeld als bedrag aan S&O-afdrachtvermindering: € 100;
d. niet tijdige mededeling na beëindig inhoudingsplicht als bedoeld in artikel 24, vierde lid, van de wet: € 100.
3. In geval van een herhaalde overtreding wordt de laatst opgelegde boete vermenigvuldigd met factor 2 totdat het wettelijk maximum, genoemd in
artikel 26, tweede lid, van de wetis bereikt.
4. Onder herhaalde overtreding wordt verstaan een meer dan eenmaal binnen een periode van vijf opeenvolgende jaren geconstateerde en beboete overtreding van de norm, bedoeld in
artikel 24, tweede, derde of vierde lid, van de wet.