BWBR0022545
Geldig vanaf 2020-03-30
Artikel 8.10
Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden
1. De melding, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0022530/artikel/32" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 32, eerste lid, van het besluit</a>, van de toepassing van een gewasbeschermingsmiddel wordt uiterlijk drie weken voor de toepassing bij de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur gedaan.
2. Bij de melding, bedoeld in het eerste lid, wordt een volledig en naar waarheid ingevuld meldingsformulier over gelegd of elektronisch verzonden met daarin opgenomen:
a. de naam en het adres van de gebruiker,
b. voor zover van toepassing: de naam en het adres van een bedrijf als bedoeld in artikel 17, derde lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van het besluit,
c. de naam van het gewasbeschermingsmiddel,
d. het doelgewas,
e. het voorgenomen moment van toepassing,
f. een op een kaart die voldoet aan de door de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur gestelde eisen, op schaal weergegeven aanduiding van het te behandelen perceel of perceelsgedeelte, het te behandelen areaal in m2 en voor zover van toepassing: – een verklaring van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur dat knolcyperus (Cyperus esculentus L.) op het perceel is aangetoond,
– een verklaring van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur dat het stengelaaltje (Ditylenchus dipsaci (Kühn) Filipjev) op het perceel is aangetoond, of
– de datum van een besluit als bedoeld in artikel 32, derde lid, onderdelen a tot en met c, van het besluit.
– een verklaring van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur dat knolcyperus (Cyperus esculentus L.) op het perceel is aangetoond,
– een verklaring van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur dat het stengelaaltje (Ditylenchus dipsaci (Kühn) Filipjev) op het perceel is aangetoond, of
– de datum van een besluit als bedoeld in artikel 32, derde lid, onderdelen a tot en met c, van het besluit.
3. De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur geeft binnen twee weken na de melding een ontvangstbewijs af.
4. De melder past het gewasbeschermingsmiddel binnen 3 maanden na de op het ontvangstbewijs vermelde datum toe.
5. Indien na de melding geen grondontsmetting is toegepast kan de melder door het terugsturen van het ontvangstbewijs de melding intrekken tot vier maanden na de op het ontvangstbewijs vermelde datum.
2. Bij de melding, bedoeld in het eerste lid, wordt een volledig en naar waarheid ingevuld meldingsformulier over gelegd of elektronisch verzonden met daarin opgenomen:
a. de naam en het adres van de gebruiker,
b. voor zover van toepassing: de naam en het adres van een bedrijf als bedoeld in artikel 17, derde lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van het besluit,
c. de naam van het gewasbeschermingsmiddel,
d. het doelgewas,
e. het voorgenomen moment van toepassing,
f. een op een kaart die voldoet aan de door de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur gestelde eisen, op schaal weergegeven aanduiding van het te behandelen perceel of perceelsgedeelte, het te behandelen areaal in m2 en voor zover van toepassing: – een verklaring van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur dat knolcyperus (Cyperus esculentus L.) op het perceel is aangetoond,
– een verklaring van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur dat het stengelaaltje (Ditylenchus dipsaci (Kühn) Filipjev) op het perceel is aangetoond, of
– de datum van een besluit als bedoeld in artikel 32, derde lid, onderdelen a tot en met c, van het besluit.
– een verklaring van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur dat knolcyperus (Cyperus esculentus L.) op het perceel is aangetoond,
– een verklaring van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur dat het stengelaaltje (Ditylenchus dipsaci (Kühn) Filipjev) op het perceel is aangetoond, of
– de datum van een besluit als bedoeld in artikel 32, derde lid, onderdelen a tot en met c, van het besluit.
3. De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur geeft binnen twee weken na de melding een ontvangstbewijs af.
4. De melder past het gewasbeschermingsmiddel binnen 3 maanden na de op het ontvangstbewijs vermelde datum toe.
5. Indien na de melding geen grondontsmetting is toegepast kan de melder door het terugsturen van het ontvangstbewijs de melding intrekken tot vier maanden na de op het ontvangstbewijs vermelde datum.