Aan het College wordt mandaat verleend om namens de Minister van Justitie besluiten te nemen op verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuurdie betrekking hebben op het openbaar ministerie.
1. Het College wordt toegestaan van het in artikel 2verleende mandaat ondermandaat te verlenen aan:
a. het hoofd van de afdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken van het parket-generaal;
b. de hoofden van de arrondissementsparketten;
c. het hoofd van het landelijk parket;
d. het hoofd van het functioneel parket;
e. de hoofden van de ressortsparketten;
f. het hoofd van het bureau verkeershandhaving;
g. de directeur van het bureau ontnemingen openbaar ministerie;
h. de directeur van de dienstverleningsorganisatie openbaar ministerie;
i. de directeur vanhet wetenschappelijk bureau van het openbaar ministerie;
j. de directeur van de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie;
k. de directeur van de Rijksrecherche.
2. Het in het eerste lid bedoeld ondermandaat geldt niet voor het beslissen op bezwaarschriften.