Indien een doelvennootschap zetel heeft in een andere lidstaat en de door haar uitgegeven effecten voor 20 mei 2006 gelijktijdig voor het eerst zijn toegelaten tot de handel op zowel een op grond van artikel 22 erkende effectenbeurs als op een in een andere lidstaat gevestigde en van overheidswege toegelaten effectenbeurs welke niet is gelegen in de lidstaat waar de doelvennootschap haar zetel heeft, komt Onze Minister uiterlijk 17 juni 2006 met de toezichthoudende autoriteit in die lidstaat overeen of Onze Minister dan wel die toezichthoudende autoriteit bevoegd is een biedingsbericht als bedoeld in
artikel 6a, tweede lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995goed te keuren. Onze Minister maakt deze overeenkomst openbaar. Indien Onze Minister en de toezichthoudende autoriteit niet tot overeenstemming komen, maakt de doelvennootschap op de eerste handelsdag volgend op 17 juni 2006 haar keuze voor Onze Minister dan wel voor de toezichthoudende autoriteit ter zake van de goedkeuring van een biedingsbericht openbaar.