Aan de buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemd in artikel 2, eerste lid, wordt ontheffing verleend van het bepaalde in
artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de navolgende voorwaarden:
a. de buitengewoon opsporingsambtenaar is bekwaam indien hij met goed gevolg een opleiding voor de buitengewoon opsporingsambtenaar heeft voltooid;
b. de onder a. bedoelde opleiding omvat ten minste de eindtermen zoals vastgesteld bij circulaire Bekwaamheidseisen buitengewoon opsporingsambtenaar, en wordt afgesloten met een toets;
c. de onder b. bedoelde toetsing van de buitengewoon opsporingsambtenaar geschiedt door een onafhankelijke examencommissie waarin een lid van het Openbaar Ministerie is vertegenwoordigd;
d. door middel van een systeem van periodieke toetsing en bijscholing wordt gewaarborgd dat het verworven kennisniveau van de buitengewoon opsporingsambtenaren blijft gehandhaafd.