1. De Minister stelt per leerjaar aan het bevoegd gezag van een school voor elke leerling in het praktijkonderwijs en in het voortgezet speciaal onderwijs, die bij de aanvang van het schooljaar (1 augustus) de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt, alsmede voor elke leerling in de eerste twee leerjaren van het vbo/mavo of het havo/vwo een pakket ckv-bonnen ter waarde van € 5,70 per leerling beschikbaar.
2. De Minister stelt éénmalig aan het bevoegd gezag van een school voor elke leerling in het praktijkonderwijs en in het voortgezet speciaal onderwijs, die bij de aanvang van het schooljaar (1 augustus) de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, alsmede voor elke leerling in het derde leerjaar van het vbo/mavo en elke leerling in het vierde leerjaar van het havo/vwo een pakket ckv-bonnen op naam van de desbetreffende leerling ter waarde van € 22,50, inclusief een CJP/ckv-pas ter beschikking.
3. Het totale aan de school toegekende bedrag, vastgesteld op basis van het gestelde in het eerste lid, wordt, per school en per nevenvestiging van de school, voor zover de nevenvestiging onderwijs verzorgt voor leerlingen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, verhoogd met € 45 in de vorm van twee pakketten ckv-bonnen, inclusief twee ckv-docentenpassen, bestemd voor de leraren van de school.
4. Het totale aan de school toegekende bedrag, vastgesteld op basis van het gestelde in het tweede lid, wordt per school en per nevenvestiging van de school, voor zover de nevenvestiging onderwijs verzorgt voor leerlingen als bedoeld in het tweede lid en per leerniveau (vmbo, havo en vwo), verhoogd met € 90 in de vorm van vier pakketten ckv-bonnen inclusief vier ckv-docentenpassen.
5. De peildatum voor het vaststellen van het aantal leerlingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, is 1 oktober voorafgaand aan het schooljaar waarop de aanvraag van toepassing is.