Indien in de periode tussen het tijdstip waarop dit wetsvoorstel door de Tweede Kamer der Staten-Generaal is aanvaard en het tijdstip waarop artikel III, onderdeel A, van dit wetsvoorstel, nadat het tot wet is verheven, in werking treedt, de bezoldiging van het burgerlijk rijkspersoneel wijzigt en is bepaald dat die wijziging een algemeen karakter draagt, wordt het bedrag in
artikel 2, eerste lid, van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer, voor zoveel nodig, dienovereenkomstig nader vastgesteld. De nadere vaststelling geschiedt bij het in artikel VIIIgenoemde koninklijk besluit en treedt in werking op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel III, onderdeel A, van deze wet.