Artikel 1
Aan de directeur van het Nederlandse Literair Productie- en Vertalingenfonds wordt mandaat verleend om namens de Minister van Buitenlandse Zaken:
a. besluiten te nemen inzake subsidieverlening op grond van de artikelen 8.1 en 8.2 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006, met inachtneming van de daartoe vastgestelde beleidsregels,
b. te beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in onderdeel a, voor zover het besluit waartegen het bezwaar zich richt, niet door hem in mandaat is genomen.
a. besluiten te nemen inzake subsidieverlening op grond van de artikelen 8.1 en 8.2 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006, met inachtneming van de daartoe vastgestelde beleidsregels,
b. te beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in onderdeel a, voor zover het besluit waartegen het bezwaar zich richt, niet door hem in mandaat is genomen.