1. Aan de ambtenaar, die in opdracht van het bevoegd gezag overwerk verricht, wordt een vergoeding toegekend voor overwerk als bedoeld in
artikel 23 van het BBRA 1984, met inachtneming van de navolgende bepalingen.
2. In afwijking van
artikel 23, vijfde en achtste lid, bestaat de vergoeding voor overwerk in beginsel uit een bedrag in geld, dat voor elk uur van de overschrijding van de arbeidsduur als benoemd in artikel 3, eenhonderdvijftig procent bedraagt van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur.
3. Indien de ambtenaar overuren, in dezelfde maand waarin deze gewerkt zijn, compenseert met verlof, bestaat de vergoeding voor overwerk uit:
a. verlof, gelijk aan het aantal uren overschrijding van de arbeidsduur als genoemd in artikel 3, en;
b. een bedrag in geld, dat voor elk uur van die overschrijding vijftig procent bedraagt van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur.
4. Aan de ambtenaar wordt de vergoeding over maximaal - gemiddeld - vijfenveertig overwerkuren per maand toegekend, waarbij een overwerkuur dat vergoed is met toepassing van het derde lid, niet wordt meegerekend bij het vaststellen van het aantal van vijfenveertig.