1. Voor de toepassing van
artikel 13c, vierde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969wordt het in het eerste lid van
dat artikelbedoelde bedrag aan nog niet verrekende verliezen uit buitenlandse onderneming verminderd met het in de volgende volzin omschreven bedrag. Het bedrag van de vermindering is gelijk aan de positieve voordelen die door de belastingplichtige uit de deelneming zijn genoten vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, waarop de deelnemingsvrijstelling geen toepassing zou hebben gevonden als het vierde lid reeds onderdeel zou hebben uitgemaakt van het genoemde
artikel 13cvanaf de opneming van
dat artikelin de
Wet op de vennootschapsbelasting 1969ingevolge de wet van 25 april 1990, Stb. 173, één en ander voor zover deze positieve voordelen verband hielden met positieve winsten van de in
artikel 13c, eerste lid, bedoelde onderneming.
2. Een deelneming waarop onmiddellijk na inwerkingtreding van deze wet
artikel 13c, vierde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969van toepassing is, mag op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip te boek worden gesteld op de waarde in het economische verkeer.