BWBR0020586
Geldig vanaf 2025-06-28
Artikel 8a.3
Wet handhaving consumentenbescherming
1. Met het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel h van de bijlagebij deze wet, zijn belast de bij besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen ambtenaren. Van dat besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
2. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan, indien naar zijn oordeel een overtreding van een van de wettelijke bepalingen als bedoeld in onderdeel h van de bijlagebij deze wet heeft plaatsgevonden:
a. een bestuurlijke boete opleggen;
b. een last onder dwangsom opleggen.
3. De in het tweede lid bedoelde bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie geldboete, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht</a>.
2. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan, indien naar zijn oordeel een overtreding van een van de wettelijke bepalingen als bedoeld in onderdeel h van de bijlagebij deze wet heeft plaatsgevonden:
a. een bestuurlijke boete opleggen;
b. een last onder dwangsom opleggen.
3. De in het tweede lid bedoelde bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie geldboete, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht</a>.