BWBR0020586
Geldig vanaf 2025-06-28
Artikel 3.6
Wet handhaving consumentenbescherming
1. De krachtens <a href="/wet/BWBR0021505/artikel/100" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 100 van de Geneesmiddelenwet</a>aangewezen ambtenaren van de Inspectie gezondheidszorg en jeugd zijn belast met toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen inzake inbreuken binnen de Unie voor welke het als bevoegde autoriteit is aangewezen.
2. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan, indien naar zijn oordeel een inbreuk binnen de Unie op een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel c van de bijlagebij deze wet heeft plaatsgevonden:
a. een bestuurlijke boete opleggen;
b. een last onder dwangsom opleggen.
3. De artikelen 2.24, 3.2, tweede lid, 3.4, zesde en zevende lid, en 3.4azijn van overeenkomstige toepassing.
4. Wat betreft de hoogte van de bestuurlijke boete is het <a href="/wet/BWBR0021505/artikel/101" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">eerste lid van artikel 101 van de Geneesmiddelenwet</a>van overeenkomstige toepassing.
5. De artikelen 2.2aen 2.7zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van inbreuken of inbreuken binnen de Unie op bepalingen waarvoor de Inspectie gezondheidszorg en jeugd krachtens artikel 3.5is aangewezen als bevoegde autoriteit, met dien verstande dat voor «de Autoriteit Consument en Markt» wordt gelezen «de Inspectie gezondheidszorg en jeugd».
2. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan, indien naar zijn oordeel een inbreuk binnen de Unie op een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel c van de bijlagebij deze wet heeft plaatsgevonden:
a. een bestuurlijke boete opleggen;
b. een last onder dwangsom opleggen.
3. De artikelen 2.24, 3.2, tweede lid, 3.4, zesde en zevende lid, en 3.4azijn van overeenkomstige toepassing.
4. Wat betreft de hoogte van de bestuurlijke boete is het <a href="/wet/BWBR0021505/artikel/101" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">eerste lid van artikel 101 van de Geneesmiddelenwet</a>van overeenkomstige toepassing.
5. De artikelen 2.2aen 2.7zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van inbreuken of inbreuken binnen de Unie op bepalingen waarvoor de Inspectie gezondheidszorg en jeugd krachtens artikel 3.5is aangewezen als bevoegde autoriteit, met dien verstande dat voor «de Autoriteit Consument en Markt» wordt gelezen «de Inspectie gezondheidszorg en jeugd».