BWBR0020586
Geldig vanaf 2025-06-28
Artikel 3.12
Wet handhaving consumentenbescherming
1. De krachtens <a href="/wet/BWBR0004302/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 13, eerste lid, van de Tabaks- en rookwarenwet</a>benoemde ambtenaren zijn belast met het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen inzake inbreuken binnen de Unie voor welke de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit als bevoegde autoriteit is aangewezen.
2. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan, indien naar zijn oordeel een inbreuk binnen de Unie op een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel f van de bijlagebij deze wet heeft plaatsgevonden:
a. een bestuurlijke boete opleggen;
b. een last onder dwangsom opleggen.
3. De artikelen 2.24, 3.2, tweede lid, 3.4, zesde en zevende lid, en 3.4azijn van overeenkomstige toepassing.
4. <a href="/wet/BWBR0004302/artikel/11b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 11b, tweede lid, van de Tabaks- en rookwarenwet</a>is van overeenkomstige toepassing.
5. De artikelen 2.2aen 2.7zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van inbreuken of inbreuken binnen de Unie op bepalingen waarvoor de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit krachtens artikel 3.7is aangewezen als bevoegde autoriteit, met dien verstande dat voor «de Autoriteit Consument en Markt» wordt gelezen «de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport».
2. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan, indien naar zijn oordeel een inbreuk binnen de Unie op een van de wettelijke bepalingen, bedoeld in onderdeel f van de bijlagebij deze wet heeft plaatsgevonden:
a. een bestuurlijke boete opleggen;
b. een last onder dwangsom opleggen.
3. De artikelen 2.24, 3.2, tweede lid, 3.4, zesde en zevende lid, en 3.4azijn van overeenkomstige toepassing.
4. <a href="/wet/BWBR0004302/artikel/11b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 11b, tweede lid, van de Tabaks- en rookwarenwet</a>is van overeenkomstige toepassing.
5. De artikelen 2.2aen 2.7zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van inbreuken of inbreuken binnen de Unie op bepalingen waarvoor de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit krachtens artikel 3.7is aangewezen als bevoegde autoriteit, met dien verstande dat voor «de Autoriteit Consument en Markt» wordt gelezen «de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport».