BWBR0020449
Geldig vanaf 2008-07-01
Artikel 4.1a
Wet ruimtelijke ordening
1. Bij de verordening, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, kan worden bepaald dat gedeputeerde staten op aanvraag van burgemeester en wethouders ontheffing kunnen verlenen van krachtens dat lid vast te stellen regels, voor zover de verwezenlijking van het gemeentelijk ruimtelijk beleid wegens bijzondere omstandigheden onevenredig wordt belemmerd in verhouding tot de met die regels te dienen provinciale belangen. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden indien de betrokken provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken.
2. Voor zover de ontheffing wordt aangevraagd met het oog op een voorgenomen besluit tot verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/2.12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2° of 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</a>van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, wordt deze ontheffing aangemerkt als een verklaring van geen bedenkingen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/2.27" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.27, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</a>.
2. Voor zover de ontheffing wordt aangevraagd met het oog op een voorgenomen besluit tot verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/2.12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2° of 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</a>van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, wordt deze ontheffing aangemerkt als een verklaring van geen bedenkingen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0024779/artikel/2.27" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.27, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</a>.