1. In zoverre in afwijking van de
artikelen 32den
32e van het Mediabesluitis het instellingen die zendtijd hebben verkregen toegestaan de neventaken als bedoeld in
artikel 32c van het Mediabesluitte verrichten die zij verrichten op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, mits het Commissariaat voor de Media vóór dat tijdstip met toepassing van de door het Commissariaat vastgestelde richtlijn Neventaken publieke omroep 2002 en de richtlijn Neven- en verenigingsactiviteiten publieke omroep 1999 heeft vastgesteld dat die neventaken niet in strijd zijn met het bepaalde bij of krachtens de
Mediawetzoals die wet luidde op de dag voorafgaande aan het tijdstip waarop dit besluit in werking treedt.
2. In zoverre in afwijking van de
artikelen 32den
32e van het Mediabesluitgeldt voor neventaken als bedoeld in
artikel 32c van het Mediabesluitvan instellingen die zendtijd hebben verkregen die vóór genoemd tijdstip volgens de in het eerste lid genoemde richtlijnen zijn gemeld bij het Commissariaat dat:
a. het Commissariaat op basis van de melding afzonderlijk beslist over de goedkeuring van de desbetreffende neventaken;
b. voor zover de desbetreffende neventaken na de melding zijn aangevangen of zullen aanvangen, deze kunnen worden verricht in de periode tot aan de beslissing door het Commissariaat.
3. In zoverre in afwijking van
artikel 32d van het Mediabesluitgeldt voor neventaken van instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep dat in gevallen waarin het Commissariaat een beslissing dient te nemen op een vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit ingediend bezwaarschrift of door een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak in een op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit aanhangige beroepsprocedure gehouden is een nieuwe beslissing te nemen, het Commissariaat afzonderlijk beslist over de goedkeuring.