1. Op een plan als bedoeld in
artikel 7.2, tweede lid, of
7.2a, eerste lid, van de Wet milieubeheerten aanzien waarvan voor 21 juli 2004 overeenkomstig de procedure van totstandkoming van dat plan de eerste formele voorbereidende handeling is afgerond, blijft
hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheerzoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing, mits dat plan uiterlijk op 21 juli 2006 zal worden vastgesteld.
2. Indien in een geval als bedoeld in het eerste lid, blijkt dat het plan niet uiterlijk op 21 juli 2006 zal worden vastgesteld, geeft het bestuursorgaan dat het plan opstelt met betrekking tot dat plan alsnog toepassing aan de
paragrafen 7.4,
7.4aen
7.6a van de Wet milieubeheer, tenzij dat redelijkerwijs niet kan worden gevergd.
3. Indien in een geval als bedoeld in het eerste lid, het plan later wordt vastgesteld dan 21 juli 2006, en geen toepassing is gegeven aan de
paragrafen 7.4,
7.4aen
7.6a van de Wet milieubeheer, wordt in dat plan de reden vermeld:
a. waarom het later is vastgesteld, en
b. waarom redelijkerwijs niet kon worden gevergd dat overeenkomstig het tweede lid alsnog toepassing zou worden gegeven aan voornoemde paragrafen.
4. Indien in een geval als bedoeld in het tweede lid, alsnog toepassing wordt gegeven aan de
paragrafen 7.4,
7.4aen
7.6a van de Wet milieubeheeren voor de inwerkingtreding van deze wet reeds is voldaan aan het bepaalde in
artikel 7.11bonderscheidenlijk
7.26a van die wet, behoeft geen toepassing te worden gegeven aan
artikel 7.11c, onderscheidenlijk
7.26b van die wet.
5. Indien ten aanzien van een plan als bedoeld in
artikel 7.2, tweede lid, of
7.2a, eerste lid, van de Wet milieubeheerovereenkomstig de procedure van totstandkoming van dat plan de eerste formele voorbereidende handeling is afgerond op of na 21 juli 2004 en voor de inwerkingtreding van deze wet, en reeds is voldaan aan het in
artikel 7.11b, onderscheidenlijk
7.26a van die wet, behoeft geen toepassing te worden gegeven aan
artikel 7.11c, onderscheidenlijk
7.26b van die wet.