1. Indien op 1 augustus 2006 geen bekwaamheidseisen in werking treden voor het geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs, als bedoeld in
artikel 32a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs,
artikel 32a, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra,
artikel 36, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijsof
artikel 4.2.3, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, blijven totdat deze bekwaamheidseisen in werking treden, ten aanzien van het geven van dat onderwijs van toepassing de bij of krachtens de
Wet op het primair onderwijs, de
Wet op de expertisecentra, de
Wet op het voortgezet onderwijsof de
Wet educatie en beroepsonderwijsvastgestelde voorschriften zoals luidend op 31 juli 2006.
2. Indien op 1 augustus 2006 geen bekwaamheidseisen in werking treden voor werkzaamheden van leidinggevende aard die nauw verband houden met het pedagogisch-didactische klimaat op de school of die onderwijskundige leiding omvatten, als bedoeld in
artikel 32a, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs, of
artikel 32a, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra, blijven totdat deze bekwaamheidseisen in werking treden, ten aanzien van benoeming of tewerkstelling als directeur of adjunct-directeur van toepassing de bij of krachtens de
Wet op het primair onderwijs, onderscheidenlijk de
Wet op de expertisecentravastgestelde voorschriften zoals luidend op 31 juli 2006.
3. Vervallen.
4. Indien op 1 augustus 2006 geen uitvoeringsvoorschriften in werking treden met betrekking tot de zij-instroom, bedoeld in
artikel 176i, eerste en tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs,
artikel 162l, eerste en tweede lid, van de Wet op de expertisecentraof
artikel 118r, eerste en tweede lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, is totdat deze voorschriften in werking treden het
Uitvoeringsbesluit Interimwet zij-instroom leraren primair en voortgezet onderwijszoals luidend op 31 juli 2006, van overeenkomstige toepassing.