1. De minister stelt op aanvraag een subsidie vast voor de pluimveehouder die overeenkomstig de
Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij 1999van het PPE een met Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium besmet koppel laat ruimen, dan wel broedeieren van het met Salmonella enteritidis of met Salmonella typhimurium besmet koppel laat verwerken of vernietigen.
2. Geen subsidie wordt verleend voor een met salmonella besmet koppel dat broedeieren produceert die niet zijn bestemd voor de productie van eendagskuikens.
3. Geen subsidie wordt verleend voor broedeieren die niet zijn bestemd voor de productie van eendagskuikens.
4. Geen subsidie wordt verleend voor pluimvee indien dit pluimvee een leeftijd heeft bereikt van:
a. meer dan 65 weken indien het een ouderdier van een legras of een grootouderdier van een legras betreft, of
b. meer dan 60 weken indien het een ouderdier van een vleesras of een grootouderdier van een vleesras betreft.
5. Geen subsidie wordt verleend voor zover de subsidieontvanger van een ander bestuursorgaan een bedrag heeft ontvangen of zal ontvangen ter vergoeding van de waardevermindering van het geruimde pluimvee dan wel de verwerkte of vernietigde broedeieren.
6. De subsidie bedraagt:
a. per geruimd ouderdier van een legras, niet ouder dan 65 weken: het met de leeftijd van het dier corresponderende bedrag, genoemd in bijlage I;
b. per geruimd ouderdier van een vleesras, niet ouder dan 60 weken: het met de leeftijd van het dier corresponderende bedrag zoals genoemd in bijlage II;
c. per geruimd grootouderdier van een legras, niet ouder dan 65 weken: het met de leeftijd van het dier corresponderende bedrag, genoemd in bijlage III;
d. per geruimd grootouderdier van een vleesras, niet ouder dan 60 weken: het met de leeftijd van het dier corresponderende bedrag, genoemd in bijlage IV;
e. per verwerkt of vernietigd broedei van ouderdieren: € 0,16.
7. In de bedragen, bedoeld in het zesde lid, is voor pluimveehouders die de Landbouwregeling toepassen, begrepen de compensatie voor de niet door hen in aftrek te brengen omzetbelasting. Voor pluimveehouders die geen gebruik maken van de Landbouwregeling worden de bedragen, bedoeld in het zesde lid, verminderd met 5,1 procent.
8. De subsidie wordt slechts verleend indien uit gegevens blijkt dat:
a. de besmetting van het koppel in de periode 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006 is vastgesteld overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij 1999;
b. de voorzitter van het PPE een besluit krachtens artikel 6, tweede lid, van de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij 1999 heeft genomen;
c. de instantie die door het PPE is aangewezen om controle te houden op de naleving van de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij 1999 blijkens schriftelijke rapportage het aantal geruimde dieren en verwerkte of vernietigde broedeieren heeft vastgesteld en op de daadwerkelijke ruiming van het koppel dan wel de verwerking of de vernietiging van de broedeieren heeft toegezien;
d. de pluimveehouder ten gunste van de Staat der Nederlanden afstand doet van de slachtopbrengst van het koppel of de opbrengst van de broedeieren;
e. de pluimveehouder de aanvraag voor subsidie binnen acht weken na verzending van het besluit, bedoeld in onderdeel b, heeft ingediend, dan wel uiterlijk acht weken na de inwerkingtreding van deze regeling voor zover de besmetting heeft plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze regeling.
9. Voor de vaststelling van de leeftijd van het dier geldt als peildatum de datum van de vaststelling van de besmetting, genoemd in het besluit van de voorzitter van het PPE, bedoeld in het achtste lid, onderdeel b.