Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zendt in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de wijzigingen van
artikel 33 van de Wet op het voortgezet onderwijsvoor zover het betreft vakoverstijgende programmaonderdelen, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de artikelen I tot en met IIIvan deze wet in de praktijk.