1. Aan de voorzitter van het dagelijks bestuur van de plusregio waarin het desbetreffende gedeelte van RandstadRail is gelegen wordt mandaat verleend om namens de Minister van Verkeer en Waterstaat besluiten te nemen:
a. tot verlening en intrekking van ontheffingen krachtens artikel 39 van de Spoorwegwet 1875;
b. tot verlening, wijziging en intrekking van vergunningen krachtens artikel 15 van het Reglement dienst hoofd- en lokaalspoorwegen.
2. De voorzitter van het dagelijks bestuur van de desbetreffende plusregio kan van het aan hem in het eerste lid verleende mandaat ondermandaat verlenen aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen of aan één of meerdere functionarissen van het bedrijf dat op grond van de
Wet personenvervoer 2000een concessie is verleend voor het verrichten van openbaar personenvervoer op RandstadRail.
3. Van de verlening van ondermandaat doet de voorzitter van het dagelijks bestuur van de desbetreffende plusregio schriftelijk mededeling aan de Minister van Verkeer en Waterstaat.
4. Aan de voorzitter van het dagelijks bestuur van de desbetreffende plusregio wordt een machtiging verleend om ter voorbereiding van de in dit artikel bedoelde besluiten alle benodigde werkzaamheden te verrichten.
5. De voorzitter van het dagelijks bestuur van de desbetreffende plusregio kan de in het vierde lid verleende machtiging verlenen aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen of aan één of meerdere functionarissen van een bedrijf dat op grond van de
Wet personenvervoer 2000een concessie is verleend voor het verrichten van openbaar personenvervoer op RandstadRail.