Artikel 1
1. Het horen van een vreemdeling in een beroepsprocedure tegen een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in de artikelen 94en 96 van de Vreemdelingenwet 2000, kan per videoconferentie geschieden, waarbij een directe beeld- en geluidsverbinding tussen de betrokken personen totstandkomt.
2. De rechtbank beslist of van videoconferentie gebruik wordt gemaakt.
2. De rechtbank beslist of van videoconferentie gebruik wordt gemaakt.