Als een film als bedoeld in
artikel 3.33 van de wetwordt aangewezen een film die primair is bestemd voor vertoning in bioscopen, doch niet is een reclamefilm of voorlichtingsfilm, aan de voortbrenging waarvan een projectvoorstel ten grondslag ligt, bestaande uit:
a. het scenario, inclusief synopsis, van de film, ter zake waarvan wordt aangetoond dat de exclusieve verfilmingsrechten, of in ieder geval een optierecht daarop, in handen zijn van de filmonderneming, bedoeld in artikel 3.33 van de wet, dan wel van de aanvrager die deze rechten aan de filmonderneming zal overdragen;
b. een gespecificeerde projectbegroting uit welker specificatie onder meer blijkt dat de totale voortbrengingskosten van de film niet hoger zijn dan € 15.000.000;
c. een gespecificeerd financieringsplan waaruit blijkt dat ten minste 50% van de totale voortbrengingskosten van de film, zoals opgenomen in de projectbegroting, reeds is gedekt door bijdragen van derden die ofwel schriftelijk zijn toegezegd als garantieopbrengst ofwel schriftelijk zijn toegezegd als subsidie, lening of investering ter dekking van de projectbegroting;
d. een gespecificeerd verkoop- en exploitatieplan, uit welker specificatie onder meer blijkt: 1. een schatting van de opbrengsten, en
2. dat de schriftelijk toegezegde garantieopbrengsten – zoals tevens opgenomen in het in onderdeel c bedoelde gespecificeerde financieringsplan – tenminste 25% bedragen van de totale voortbrengingskosten, zoals opgenomen in de projectbegroting;
1. een schatting van de opbrengsten, en
2. dat de schriftelijk toegezegde garantieopbrengsten – zoals tevens opgenomen in het in onderdeel c bedoelde gespecificeerde financieringsplan – tenminste 25% bedragen van de totale voortbrengingskosten, zoals opgenomen in de projectbegroting;
e. een gespecificeerd marketing- en promotieplan.