Een op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit in behandeling zijnde aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht en afgifte van een verblijfsdocument, van een vreemdeling die niet de nationaliteit bezit van een staat als bedoeld in
artikel 8.7, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, wordt aangemerkt als een aanvraag als bedoeld in
artikel 8.13, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, indien hij niet of minder dan vijf jaren voorafgaand aan dat tijdstip in de vreemdelingenadministratie is ingeschreven.
Het ten tijde van die aanvraag afgegeven bescheid, waaruit het rechtmatig verblijf, bedoeld in
artikel 8, onder i, van de Vreemdelingenwet 2000als gemeenschapsonderdaan blijkt, waarvan de vreemdeling houder is, wordt aangemerkt als verklaring als bedoeld in
artikel 8.13, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000.