1. De behandeling van de klacht geschiedt door een persoon die niet bij de gedraging, waarop de klacht betrekking heeft, betrokken is geweest.
2. Het eerste lid is niet van toepassing, indien de klacht betrekking heeft op een gedraging van het bestuursorgaan zelf, danwel de voorzitter of een lid ervan.
3. Desgewenst kan het bestuursorgaan, indien het gestelde in lid 2 zich voordoet, tot inschakeling van een klachtadviesinstantie besluiten. In dat geval is
afdeling 9.3 van de Awb van toepassing.