1. Het gemiddelde belastbare loon van ministers in enig jaar wordt berekend door de som van de over dat jaar voor de ministers vastgestelde belastbare lonen, bedoeld in
artikel 1, onderdeel b, van de wet, te delen door het aantal ministers.
2. Indien in het betreffende jaar een ministersambt niet gedurende het gehele jaar door één persoon wordt vervuld, worden de belastbare jaarlonen van de persoon of personen die in dat jaar dat ambt heeft of hebben vervuld voor de toepassing van het eerste lid herrekend naar een belastbaar loon voor twaalf gehele maanden.
3. Het aldus verkregen gemiddelde wordt vermeerderd met de gemiddelde pensioenbijdrage die door de Staat zou zijn betaald als de pensioenaanspraken van ministers op grond van de
Algemene pensioenwet politieke ambtsdragerszou zijn gedekt door afdracht aan een pensioenfonds.
4. Het aldus verkregen gemiddelde wordt verminderd met het gemiddelde van de loonbelasting, verschuldigd voor het privé-gebruik van de dienstauto en het gemiddelde van de compensatie die ministers ontvangen voor de loonbelasting, verschuldigd voor het privé-gebruik van de dienstauto, en vermeerderd met € 17.600.