BWBR0019560
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 2
Verordening welzijnsnormen konijnen (PPE) 2006
... [Regeling vervallen per 01-01-2015] 1 De huisvesting van voedsters voldoet ten minste aan de volgende eisen: a. 3 dagen voor de verwachte datum van werpen tot en met 18 dagen na het werpen heeft een voedster de beschikking over een nestkast, met een minimale oppervlakte van 700 cm 2 , voorzien van nestmateriaal; b. de kooi is voorzien van een horizontaal aangebracht plateau, waarvan de oppervlakte ten minste 900 cm 2 bedraagt. De breedte van het plateau bedraagt ten minste 20 cm. Indien het plateau van draadgaas is gemaakt, is de diameter van de bovenliggende draad ten minste 2,45 mm. De afstand van het plateau tot aan de bodem van de kooi en van het plateau tot aan de bovenkant van de kooi bedraagt ten minste 25 cm. c. per voedster is een vloeroppervlakte van ten minste 4500 cm 2 beschikbaar, waarbij de oppervlakte van de vloer van de nestkast en van het plateau kunnen worden meegerekend; d. de hoogte van de kooi is over ten minste 950 cm 2 van het vloeroppervlak ten minste 60 cm. De doorgang van de bodem naar het plateau is ten minste 25 cm breed. e. indien een deel van de kooi een gaasbodem heeft, dient het gaas van het bovenliggende draad een diameter te hebben van ten minste 3,0 mm. Hierbij moet de afstand tussen het middelpunt van de bovenliggende draden minimaal 10 mm en maximaal 16 mm bedragen. 2 De huisvesting van voedsters die drachtig of dekrijp zijn èn van opfokkonijnen voldoet ten minste aan de volgende eisen: a. per voedster of opfokkonijn is een vloeroppervlakte van ten minste 2000 cm 2 beschikbaar; b. de hoogte van de kooi is over ten minste 80% van het vloeroppervlak van de kooi ten minste 40 cm; c. indien een deel van de kooi een gaasbodem heeft, dient het gaas van het bovenliggende draad een diameter te hebben van ten minste 3,0 mm. Hierbij moet de afstand tussen het middelpunt van de bovenliggende draden minimaal 10 mm en maximaal 16 mm bedragen. 3 De huisvesting van fokrammen voldoet ten minste aan de volgende eisen: a. per fokram is een vloeroppervlakte van ten minste 4000 cm 2 beschikbaar; b. de hoogte van de kooi is overal ten minste 60 cm; c. indien de kooi een gaasbodem heeft, dient het gaas van het bovenliggende draad een diameter te hebben van ten minste 3,0 mm. Hierbij moet de afstand tussen het middelpunt van de bovenliggende draden minimaal 10 mm en maximaal 16 mm bedragen. 4 De huisvesting van vleeskonijnen voldoet ten minste aan de volgende eisen: a. vleeskonijnen worden in groepen van ten minste 2 dieren gehouden; b. indien een groep uit minder dan 5 dieren bestaat is per vleeskonijn een vloeroppervlakte van ten minste 700 cm 2 beschikbaar; c. indien een groep uit 5 of meer dieren bestaat is per vleeskonijn een vloeroppervlakte van ten minste 600 cm 2 beschikbaar; d. de afstand tussen de bovenkant en de onderkant van de kooi bedraagt over ten minste 80% van het vloeroppervlak ten minste 40 cm; e. indien plateaus zijn aangebracht dienen deze minimaal 10 cm breed te zijn en de afstand van het plateau tot aan de bodem en van het plateau tot aan de bovenkant van de kooi moet minimaal 25 cm zijn. De oppervlakte van het plateau kan worden meegerekend in de totale vloeroppervlakte. Daarnaast dient op minimaal ¼ van de totale vloeroppervlakte de afstand tussen de bodem en de bovenkant van de kooi 40 cm hoog te zijn; f. indien de kooi een gaasbodem heeft, dient het gaas van het bovenliggende draad een diameter te hebben van ten minste 3,0 mm. Hierbij moet de afstand tussen het middelpunt van de bovenliggende draden minimaal 10 mm en maximaal 16 mm bedragen.