Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. commissie: de Commissie integriteit overheid, bedoeld in artikel 2;
b. betrokkene: de ambtenaar in de zin van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Besluit algemene rechtspositie politie, het Besluit rechtspositie vrijwillige politie, het Burgerlijk Ambtenarenreglement Defensie, het Algemeen Militair Ambtenarenreglement, het Ambtenarenreglement Staten-Generaal en het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken of degene die anders dan op basis van een aanstelling werkzaam is onder het bevoegd gezag en op wie het bevoegd gezag de desbetreffende regeling met betrekking tot het melden van een vermoeden van een misstand van overeenkomstige toepassing heeft verklaard;
c. vermoeden van een misstand: een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden van het zich voordoen in de organisatie waar de betrokkene werkzaam is van een grove schending van wettelijke voorschriften of beleidsregels, een groot gevaar voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu, dan wel een zeer onbehoorlijke wijze van functioneren, die het goed functioneren van de openbare dienst in gevaar kan brengen.
a. commissie: de Commissie integriteit overheid, bedoeld in artikel 2;
b. betrokkene: de ambtenaar in de zin van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Besluit algemene rechtspositie politie, het Besluit rechtspositie vrijwillige politie, het Burgerlijk Ambtenarenreglement Defensie, het Algemeen Militair Ambtenarenreglement, het Ambtenarenreglement Staten-Generaal en het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken of degene die anders dan op basis van een aanstelling werkzaam is onder het bevoegd gezag en op wie het bevoegd gezag de desbetreffende regeling met betrekking tot het melden van een vermoeden van een misstand van overeenkomstige toepassing heeft verklaard;
c. vermoeden van een misstand: een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden van het zich voordoen in de organisatie waar de betrokkene werkzaam is van een grove schending van wettelijke voorschriften of beleidsregels, een groot gevaar voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu, dan wel een zeer onbehoorlijke wijze van functioneren, die het goed functioneren van de openbare dienst in gevaar kan brengen.